Plots was ’t grijs in de polder

Vorige week donderdagochtend besloot ik opnieuw naar het ijs bij de Noarderkrite te rijden. Het was plotseling weer heel ander weer. De eenzame boom langs de Bûtendiken stond er die dag weer een stuk troostelozer bij in het kale grijze landschap van de ondergelopen retentiepolder …

Een stuk verderop heb ik nog eens een tussenstop gemaakt om het resultaat van de bemaling van Wetterskip Fryslân te kunnen bekijken. Een groot deel van het water in de retentiepolder is al weggepompt, daardoor is het ijs boven sloten al volledig ingestort …

Maar hoe grijs en kil het ook was, op het ijs van de Noarderkrite kon nog steeds geschaatst worden. En dat gebeurde dan ook volop. Het leek er zelfs drukker dan een dag eerder …

Ik heb me op dat moment echter niet zo zeer gericht op de schaatsers, maar meer op hetgeen er zoal rondom de ijspiste te zien was …

morgen gaan we het ijs in het bos bekijken bij het bos in het ijs

Zwanen en schaatsers

Zodra ik na 18 km Smalle Ee was gepasseerd, zag ik een paar oude bekenden op het ijs …

Twee dagen eerder zagen Jetske en ik hier een paar zwanen in de richting van het ondergelopen bosje zeilen. Nu, maar twee nachten met lichte tot matige vorst later, was dit stuk van de retentiepolder helemaal dichtgevroren. De zwanen leken er niet echt mee te zitten …

Nadat ik bijna aan het eind van de Bûtendiken een parkeerplekje voor de auto had gevonden, liep ik het laatste stukje naar de Noarderkrite. Dit is een stuk buitendijks land van It Fryske Gea, waar net als op het ondergelopen land bij de Hooidammen, al sinds mensenheugenis na enkele nachten geschaatst kan worden. Bij gebrek aan een koek & zopie tent leek een gezin de eigen privé koek & zopie te hebben meegenomen …

Het viel me op dat er steeds meer schaatsers zijn, die een helm dragen op het ijs. Dat lijken vooral de wat oudere schaatsers, die op de fiets ook al vaak een helm dragen, en de meer ervaren schaatsers te zijn, die ook op Thialf hun rondjes maken. Ik kom hier aan het eind van deze serie nog op terug …

Tegen de tijd dat ik koude vingers dreigde te krijgen, ben ik al fotograferend teruggelopen naar de auto. Onderweg kijken we morgen nog even naar het ijs op de ondergelopen retentiepolders grenzend aan deze schaatsbaan …

IJspret voor jong en oud

Gisteren schreef ik hier al, dat ik intussen was aangekomen op de ijsvlakte achter de Hooidammen. Hier lag een piste waar je gemakkelijk rondjes van 1,5 tot 2 km kon maken. In de jaren ’70 en ’80 heb ik hier regelmatig geschaatst. In echte winters stapten we hier of nog dichter bij huis op de schaats om bijvoorbeeld door de Alde Feanen naar Grou te rijden …

De echte liefhebbers waren er ook hier al vroeg bij woensdag. De ene jonge vader hielp zijn zoon om de eerst krabbelende streken op het ijs te zetten, een andere vader trok zijn nog wat jongere kind op de slee achter zich aan. Hij liet het zich met een brede lach op zijn gezicht welgevallen. Ook enkele grijzende schaatsers met intussen al wat lagere sixpacks maakten gezellig pratend hun eerste rondjes …

Nadat ik er een tijdje had staan fotograferen en filmen, besloot ik nog even naar het ijs in de Noarderkrite tussen Smalle Ee en de Veenhoop te rijden. Hemelsbreed gaat het om een afstand van slechts 1,5 km. Eigenlijk ligt die locatie op een flinke steenworp afstand achter deze bomen aan de Wolwarren …

Met de auto ben je daarvoor echter ruim 20 km onderweg. Er ligt namelijk geen brug over de vaarweg naar Drachten. Om bij het ijs tussen Smalle Ee en de Veenhoop te komen, moest ik dus vanaf de Hooidammen helemaal via Drachten omrijden. Dat laat meteen zien waarom zowel varen als schaatsen al lang in het bloed van veel Friezen zit. De afstanden van de ene plaats naar de andere zijn over water of ijs vaak veel korter dan over de weg …

morgen meer ijs

De eerste schaatsers van 2024

Woensdagochtend ben ik na de koffie in de auto gestapt om mijn tocht langs de ijsvlakten voort te zetten. Het had in de nacht niet meer dan een graad of 5 gevroren, maar toch verwachtte ik langs de Wolwarren of bij de Hooidammen de eerste schaatsers van 2024 te kunnen fotograferen …

En zo was het ook. Op de eerste kleine ijsvlakte achter de windmotor aan de Wolwarren zag ik in tegenlicht vier schimmen op het ijs. Twee jonge vrouwen met een kind op een slee en een manspersoon die de slag alweer aardig te pakken had. Op de walkant zaten nog twee mensen die bezig waren hun schaatsen onder te binden …

Naar rechts kijkend zag ook de grotere ijsvlakte iets verderop er ook prachtig uit. Een mooie, spiegelde ijsvloer leek de schaatsers ook daar toe te lachen …

Maar een klein stukje verder lag nog steeds dat grote gapende wind wak, waarin wind en water ook nu nog vrij spel hadden. Nee, dit stuk konden de rest van week gevoeglijk afschrijven als schaatsbaan …

Door dan naar de Hooidammen ongeveer anderhalve kilometer naar het zuidwesten. Daar lag de ijsvlakte er echt geweldig mooi bij. De eerste twee schaatsers heb ik meteen maar gefotografeerd bij het hek, waarachter een dag eerder die volledig lege vlakte nog te zien was …

morgen meer ijspret op deze prachtige ijspiste

Vier dagen winter

Zo, dat was weer een fijn wintertje. Het was wat kort, maar voorlopig kan ik er in verschillende opzichten wel weer even mee vooruit. De week maandag begon met een fotokuier met mijn fotomaatje. Wind, water en lichte vorst rond de retentiepolders bij Smalle Ee en It Eilân stonden die dag centraal. Het eerste ijs was bomijs op een plas langs het pad op It Eilân …

Dinsdag heb ik een kijkje genomen bij het ondergelopen land achter de Hooidammen. Daar lag intussen een mooie ijsvloer, maar het was nog te dun om op te schaatsen. Bij de Leijen lag nog geen flintertje ijs op het wateroppervlak, daar zorgde de wind wel voor. Het enige ijs dat daar te zien was, werd gevormd door opspattend water dat bevroor rond takken en rietstengels …

Woensdag werd er volop geschaatst op het ondergelopen land achter de Hooidammen. Met een strakblauwe lucht en minder wind dan de op voorgaande dagen, was het wat we in Fryslân ‘sierlik winterwaar’ noemen …

Ook donderdag kon er nog geschaatst worden. Die dag werd er niet alleen geschaatst achter de Hooidammen, maar ook op de Noarderkrite bij De Veenhoop en in de Jan Durkspolder. Daar eindigde de schaatspret met de onfortuinlijke val van een vrouw, die met de ambulance moest worden afgevoerd ..

Intussen is het feestje alweer voorbij. Rond het middaguur trad de dooi gistermiddag in, en verscheen er water op het ijs. Vier dagen zwerven langs water en ijs begint zich nu te wreken. Maar zoals gezegd, dit ‘kind van de winter’ kan er voorlopig weer even mee vooruit. Lichamelijk pak ik nu een dag of wat mijn rust, waarin ik jullie zo af en toe een deel van de 900 foto’s van de winterse taferelen voorschotel, die ik deze week heb gemaakt …

Terugblik december 2022

December begon koud, maar van winter was geen sprake. Het was veelal zwaar bewolkt met een gure wind, overdag was het een graad of vier en ’s nachts lag de temperatuur vaak rond het vriespunt. Het onderstaande beeld, gemaakt onderweg naar de Sinterklaasviering, laat duidelijk zien dat het in de eerste week geen weer voor mijn fotokuiertjes was …

Vanaf 10 december veranderde het beeld en kreeg het weer een winters karakter. Na een paar nachten met lichte tot matige vorst zag het er op 14 december in de tuin zowaar even echt winters uit. De zon scheen en het vroor lekker. Het ijs riep! Het eerste wat ik op zo’n dag doe is een ritje naar de Hooidammen maken. Daar maakten de eerste schaatsers op het ondergelopen land hun eerste slagen van het jaar op natuurijs. Ik had een van mijn vermaarde topdagen, want ook in het bos heb ik volop genoten van de winterse sfeer …

Vijf dagen kon er op ondergelopen land en verschillende ijsbanen veilig geschaatst worden. Daarna was het weer voorbij met de winterpret. Vanaf 20 december kwamen we weer onder de invloed van lagedrukgebieden en liepen de temperaturen snel op. Waar op 18 december nog een laag ijs lag, nam de grote zilverreiger zijn bad weer. Bij Earnewâld kreeg ik nog een buitenkansje om een zeearend te zien landen. Op 30 december heb ik het fotojaar samen met mijn fotomaatje afgesloten bij ‘de Slotpleats’ bij Bakkeveen. Ik kom hier nog op terug …

Wat moet ik er verder nog van zeggen? December had duidelijk twee gezichten. Na een licht winterse start eindigde de maand met recordhoge temperaturen. Tijdens de jaarwisseling stond hier in de tuin 13,5°C op de thermometer. Aan het eind van de maand heb ik 11 vorstdagen geteld en 1 ijsdag, de eerste en de laatste van 2022. Dankzij de twee gezichten kwam de gemiddelde temperatuur uit op 3,7°C (normaal over de periode 1971-2000: ca. 3,4°C). Ook de hoeveelheid neerslag week dankzij de natte laatste week nauwelijks af van dat langjarig gemiddelde …

Het kon nog net even

De dooi was in grote delen van ons land al ingetreden, maar op het ondergelopen land bij de Hooidammen ten westen van Drachten kon zondag 14 december nog geschaatst worden. Aan het begin van de middag werd de lokroep van het ijs weer zo sterk, dat ik er toch nog maar even naar toe ben gereden …


De vaarweg tussen Drachten en Earnewâld lag nog helemaal open. De laatste keer dat daar ook een mooie laag ijs op lag, was in februari 2012. Maar dat kon de pret niet bederven, want voorbij de bomen lag links van de Hooidamsloot een mooie ijsvlakte …

Op die ijsvlakte, waar 4 dagen daarvoor de eerste vermetele schaatsers voorzichtig hun eerste streken zetten, lag nu van hier bijna tot Earnewâld een mooie stevige ijsvloer …


Zodra het schoeisel was verwisseld voor schaatsen, konden de eerste rondjes worden gemaakt. Nou ja, rondjes … het waren mooie ronden van naar schatting twee kilometer. Daar konden de liefhebbers die dag nog volop van profiteren en dat deden velen dan ook …

Na een paar van die rondjes was het voor menigeen wel tijd om de benen, die aan het begin van het seizoen nog niet gewend waren aan de schaatsbewegingen, even wat rust te geven. Dat was natuurlijk meteen een mooie gelegenheid om nog even iemand te bellen om te vertellen wat hij of zij miste …


Het deed me deugd om te zien, dat het niet alleen volwassenen waren die zich op de gladde ijzers waren. Er waren ook verrassend veel kinderen op het ijs. De kleinsten werden waar nodig overeind geholpen en gehouden door een van hun ouders. Wat grotere kinderen waren intussen op zichzelf aangewezen. Wie viel werd geacht al snel weer op te krabbelen om daarna gewoon verder te gaan, zoals ik dat zelf in het begin ook talloze malen had gedaan …

Luidruchtig overvliegende ganzen haalden me na verloop van tijd uit mijn dromerij uit de tijd toen ik zelf nog graag schaatste. Tijd om terug te gaan naar de warmte van de huiskamer …