Rust bij de Kapellepôle

Tegen het eind van het schooljaar zijn het drukke tijden voor mijn fotomaatje, daarom besloten we onze gezamenlijke fotokuier maar eens op zaterdag te maken. We besloten te beginnen bij de Kapellepôle. In dit kleine natuurgebiedje wemelde het in deze tijd van het jaar bij eerdere bezoekjes altijd van de waterjuffers, libellen, vlinders en wat dies meer zij …

De teleurstelling was dan ook groot, toen we rond 14:00 uur na een kort, maar pittig kuiertje over de heide en door een bosschage, bij het kleine vennetje een bijna doodse stilte aantroffen. Het aantal libellen dat er rondvloog was op één hand te tellen en het aantal juffers op twee. Ook bijen en andere insecten vlogen er maar weinig rond. Eigenlijk was alleen het aantal mieren op één plekje verontrustend groot …

Meer dan een waterjuffer, een bij en een vlieg, die zijn rechter voorpoot miste, heb ik niet voor de lens gekregen. Kan het te maken hebben met het drukkend warme weer op dat moment? Of gaat het ineens zo bar slecht met het leefklimaat op de Kapellepôle?

Hoe dan ook, Jetske en ik besloten al snel om een ander en koeler plekje op te zoeken …

Hoe ik ’t liever zie

Naar aanleiding van de foto’s van de ooievaars tussen die grote rollen in plastic verpakt hooi bedacht ik me, dat ik het eigenlijk veel liever zo zie …

Het scheelt een zee aan plastic en het oogt ook nog eens een stuk vriendelijker …

Maar ja, deze foto’s heb ik vandaag precies 15 jaar geleden gemaakt. De kans dat deze boer nog op dezelfde manier werkt, lijkt me helaas niet erg groot …

Tussen de rollen hooi

Nadat ik het veld met de orchissen achter me had gelaten, kwam ik enkele honderden meters verderop aan de zuidkant van het Weinterper Skar langs een weiland met rollen hooi. Waar de boer aan het werk is (geweest), daar valt wat te smikkelen. En dus was er een groepje ooievaars aan het foerageren …

Ze lieten zich niet hinderen of storen door passerende fietsers en voorbij razende tractoren. Deftig voortstappend en zorgvuldig om zich heen spiedend, werden vooral de laagste stroken van het weiland gescand op kikkers en ander lekkers …

De opmars van de orchis

Twee jaar geleden schreef ik in het logje ‘Orchissen in beweging’ al, dat de orchissen in het Weinterper Skar in hun drang om zich elders te vestigen een pad waren overgestoken. Daarmee hadden ze nieuw terrein veroverd in het noordoostelijke deel van het natuurgebied …

Toen ik vorige week tijdens een ritje over de parallelweg van de Opperhaudmare/N381 reed, zag ik tot mijn niet geringe verbazing dat de orchideeën hun opmars inmiddels in zuidoostelijke richting hadden voortgezet. Het veld in de zuidoostelijke hoek staat zo ver het oog reikt ineens vol met kleine, maar vooral ook veel grote orchissen …

Aan de andere kant van de autoweg N381 ligt een klein natuurgebiedje, genaamd it Skjer. Bij de verbreding van de weg in 2015 is tussen de beide terreinen een wildtunnel aangelegd. Nu vermoed ik, dat de orchideeën hun weg in oostelijk richting voort zullen zetten door die tunnel, en dat ik ze volgend jaar vast terug kan vinden in it Skjer … 😉

Nummer vijf!

Nadat ik het voorjaar de kievit, de grutto, de tureluur en de scholekster al had kunnen fotograferen, kreeg ik vorige week zondag onderweg van Wirdum naar huis ineens een wulp voor de lens. Hij gaf me maar één kans om een foto te maken, meteen daarna ging hij op de wiek.

Maar ik ben er blij mee, want met die ene foto van de wulp heb ik dit jaar de ‘grutte fiif fan de Fryske greiden’, oftwel debig five van de Friese weilanden’, compleet. En dat overkomt me niet zo vaak, want de wulp laat zich in mijn rayon maar weinig zien …

Zomer aan de Leijen

Een telefoontje komt onderweg maar zelden gelegen. A belde vorige week precies op het juiste moment, ik was net uit de auto gestapt om een kuiertje te maken bij de Leijen. Terwijl ik vanaf het amper 10 meter verderop staande bankje zicht had op de trots van de Tike, hebben we enige tijd genoeglijk zitten bijpraten …

Daarna was het tijd om in beweging te komen en de korte kuier naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ te maken …

Het paadje werd links en rechts omzoomd door een keur aan bloemen. De bloem van één van de gele lissen werd goed bewaakt door een soldaatje …

Het meertje lag er stil en verlaten bij. In één van de bomen midden in het water zat een aalscholver. Omdat hij net op het randje van het bereik van mijn camera zat, kon ik daar verder niet veel mee …

Een fuut dobberde rustig aan de kijkhut voorbij zonder mij ook maar een blik waardig te keuren. Een futendansje zoals twee jaar eerder op dezelfde plek, zat er helaas niet in. Saai, hoor …

Nog dichterbij was het wateroppervlak goeddeels bedekt met bloemen en bladeren van de waterlelie. Op het eerste gezicht een mooi beeld …

Als ik wat verder inzoom, ziet het er echter een stukje minder mooi uit. Het warme weer van de laatste weken is een katalysator voor algengroei. Het zal niet lang meer duren voordat de eerste zwemverboden i.v.m. blauwalg worden afgekondigd, vrees ik …

Stekeligheden

Ken je dat …? Dat je naar een vogelkijkhut loopt …

… en dat dit het eerste is wat je ziet, wanneer je naar binnen stapt …?

… en dat er dan ook nog eens een soort van muggenvitrage voor de kijkopeningen heen en weer wappert …?

Ik denk dan: morgen maar weer gewoon thuis vogels kijken.