Naar de orchideeën in It Skar

Tussen bewolkte en regenachtige dagen door heb ik in mei toch een aantal keren kunnen profiteren van veel betere omstandigheden. Zo heb ik op een mooie dag een fotokuier gemaakt in het Weinterper Skar om op zoek te gaan naar de brede orchis …

Al zo lang ik blog, en dat is toch al een jaar of 18, kom ik regelmatig in het kleine natuurgebied het Weinterper Skar ten zuidoosten van Drachten. Vooral in mei en juni is het er dankzij de brede orchis en vele andere plantensoorten vaak erg mooi. Af en toe een foto makend, scharrelde ik naar het eerste Afanja-bankje. Terwijl ik daar van het uitzicht genoot, vloog er een ooievaar over …

– morgen meer …

Moeraskartelblad en meer moois

Afgelopen vrijdag zijn Jetske en ik weer samen op pad geweest. Drachten was ditmaal de uitvalsbasis. We waren het er al snel over eens dat het maar weer eens een weidevogeldagje moest worden. Maar ik stelde wel voor om eerst even een kijkje te nemen in het Weinterper Skar …

Dat er het nodige vocht in het gebied is opgeslagen, was goed te zien aan de slenk waar het kristalheldere water vlot doorheen stroomde …

Er groeide een grote hoeveelheid rode planten met lange stelen en kleine roze bloemetjes. Jetske pakte Obsidentify erbij om uitsluitsel te krijgen over de naam van de plant. Het blijkt te gaan om moeraskartelblad, waarschijnlijk een ver familielid zijn van het hier al langer bekende en veel kleinere heidekartelblad

We liepen in de richting van het blauwgrasland langs het noord-zuid pad. Daar hoopten we al een enkele vroege brede orchis te vinden, maar dat was wat optimistisch gedacht. We liepen een stukje in zuidelijke richting naar het alweer van afstand lonkende ‘Afanja-bankje’ …

Terwijl ik mijn onderdanen even rust gaf op het bankje, scharrelde Jetske rond met de ‘Merlin Bird app’ om te kijken of er nog interessante vogeltjes te horen waren. Dat leek nogal tegen te vallen, maar er vloog wel een ooievaar in glijvlucht over ons heen …

Op weg terug naar de auto zagen we nog een vlinder. Fladderen even dachten we dat het een witje was, maar Jetske zal al gauw dat het een oranjetipje was. Het beestje streek neer op een paardenbloem en bleef daar net lang genoeg zitten om ons beide een paar foto’s te laten maken …

Schoorvoetend naderende schapen

Na het eerste deel van mijn fotokuier nestelde ik me op het bankje bij het middelste vennetje in het Weinterper Skar. Het water lag erbij als een spiegel. Als onderdeel van de poëzieroute die door het gebied loopt, staat er aan de rand van het vennetje een bordje met daarop het gedicht ‘Aan een vijver’ van Rutger Kopland …

Intussen hoorde ik hoe er in de verte cijfers werden opgenoemd. De schapen waren kennelijk samengedreven om te ze kunnen controleren en inventariseren. Toen de hekken enige tijd later werd opengezet, kwam de kleine kudde schoorvoetend dichterbij. Ze vertrouwden me duidelijk niet en verzonnen een list. Door de droge greppel en over de daarachter liggende wal langs de boskant liepen ze zekerheidshalve met een wijde boog om me heen …

Terwijl grijze wolken intussen langzaam weer de overhand kregen in de lucht, begaf ik me op weg terug naar de auto. Bijna op de helft heb ik bij het zuidelijke ven nog even weer halt gehouden om nog even te genieten van het roerloze wateroppervlak. Een kwartiertje later was ik terug bij de auto. Blij toe, want langer had deze kuier ook niet moeten zijn …

Vreemd volk in it Skar

Aan het eind van het eerste, wel erg korte flitswintertje, neem ik jullie weer mee naar vorige week dinsdag. Het leek een mooie, licht bewolkte dag te worden. Na de koffie ben ik op pad gegaan en heb ik gewapend met mijn trekkingstokken voor het eerst sinds langere tijd weer eens een fotokuier gemaakt aan de zuidkant van het Weinterper Skar (Google Maps). Al terwijl ik over het fietspad liep, zag ik vreemd volk door het woeste heideland aan de kant van de N381 lopen …

Terwijl ik even later het fietspad verliet om over het zandpad het gebied in te lopen, verdwenen ze in het bosje iets verderop in het Weinterper Skar in. Halverwege het meest zuidelijke ven klom ik even over de wal tussen pad en ven om even aan de waterkant te kijken. Het wateroppervlak lag er als een spiegel bij.

Er stond water genoeg, ook verderop in het heideland links van het pad was het erg nat. Aan de rechterkant van het pad trof ik nog een spannende scène aan. Nadat ik daar met een wijde boog omheen was gelopen, kreeg ik het bankje tussen de twee vennetjes in zicht. Daarmee had ik mijn doel voor die dag bereikt. Daar begon het me ook te dagen wat voor volk er door het land struinde. Maar dat is voor later …

Terugblik augustus 2022

Op de eerste augustusdag reikte het kwik tot een bescheiden 20,1°C, en dat was ook meteen de laagste maximumtemperatuur van de maand. Daarna volgden er al snel drie warme tot zeer warme perioden in de rest van de maand. Op het warmst van de dag was het vaak alleen voor vliegen goed vertoeven op het terras …


De sporen van warmte en droogte waren al snel goed te zien aan de varens. Daar stond tegenover dat het een uitstekende zomer was voor de druiven. “Zo heb elk nadeel zijn voordeel,” zou de grote JC gezegd hebben. De dieren in de tuin gingen ieder op hun eigen wijze met de warmte om. Een houtpantserjuffer die regelmatig even langs kwam, hing graag wat in de schaduw aan de restanten van de uitgebloeide irissen. Voor de vogels stond er iedere dag een goed gevuld bad met fris water klaar, en daar werd volop gebruik van gemaakt door merels, mussen en diverse mezen …

Wanneer de warmte ’s ochtends vroeg nog goed te doen was en mijn benen over enige draagkracht beschikten, maakte ik nog wel eens een ritje naar de Jan Durkspolder. Vaak blies er dan nog wel een verkoelend briesje door de geopende kijkluikjes van de grote vogelkijkhut. Zo kon ik daar o.a. een mooie fotoserie maken van een foeragerend witgatje. De mooie paardenbijter was een verjaardagscadeautje dat ik bij de Leijen mocht uitpakken …

Het is al gezegd, en iedereen zal het ook nog weten: augustus 2022 was warm, erg warm en droog. Ik heb 31 warme dagen kunnen noteren (max. temperatuur 20°C of hoger), daarnaast waren er 12 zomerse dagen (over de periode 1971-2000 waren dat er gemiddeld 6). Augustus telde 4 tropische dagen (over de periode 1971-2000 was dat er gemiddeld 1). In ons tuintje ben ik met een gemiddelde van 20,4°C nog net wat hoger uitgekomen dan de 20,0°C bij het KNMI in De Bilt. Daar staat dan weer tegenover dat we hier met slechts 11 mm regen minder neerslag hebben gehad dan landelijk …

Met een vlieg op ’n bankje

Hoewel ik geen hoge verwachtingen had van mijn kuier in het Weinterper Skar, was het me bepaald niet tegengevallen …


Dat had natuurlijk te maken met het uitzonderlijk mooie novemberweer, maar ook met de nieuwe ontwikkelingen zoals de omgewaaide bomen en de verbossing …


Maar het was ook wel bijzonder om te ontdekken, dat de insecten weer lekker meewerkten aan een paar korte fotosessies. Eerst waren dat de libellen en het lieveheersbeestje bij de dobbe, en hier op het tweede bankje lieten libellen en strontvliegen zich mooi zien …

Het was mooi geweest. Ik stond op en zette nu echt koers naar de auto door bij de boom een stukje verderop rechtsaf te gaan …


Nog een snelle groet aan het paard van de buurvrouw van het Weinterper Skar, dat al jaren trouw zicht houdt op de parkeerplaats er tegenover …


Moe, maar zeker voldaan reed ik huiswaarts. Die avond sloeg het weer om, waarna er een paar regenachtige en donkere dagen volgden. Dat kwam mij wel goed uit, want na een paar flinke kuiers in de bossen rond Olterterp op maandag en deze wandeling in het Weinterper Skar, konden mijn benen wel een paar dagen rust gebruiken. 🙂

Van bankje naar bankje

Na nog een laatste blik over het water maakte ik me op om aan de terugweg te beginnen. Het zal wel enige tijd duren voordat ik hier weer kom. Tenzij het echt winter wordt natuurlijk, want dan kruipt mijn bloed nog wel eens waar het niet kan gaan …


Het was geen straf om terug te lopen, zo zag ik het gebied ook weer even vanaf de andere kant. Daarbij viel het me op dat de grond naast het pad aardig aan het verbossen is. De kale dode boom die er jarenlang alleen had gestaan, was nu gezellig omringd door jonge berkjes …

Rustig doorstappend kwam ik op het punt waar tot 6 jaar geleden de Nije Heawei liep. Op 21 november 2016 kwam daar voorgoed een eind aan. Op dit punt kon ik nu kiezen: direct linksaf naar de auto of nog even rechtdoor lopen naar het ‘Afanja-bankje’, dat ter compensatie van de verwijderde weg een stukje verderop was geplaatst. Dat het bankje – met dank aan een dwarse boswachter niet hier geplaatst is, maar 50 m verderop, zoals was afgesproken – begon zich nu toch wel te wreken …


Ik besloot toch nog maar even door te zetten, het was te mooi weer om al huiswaarts te gaan. Korte tijd later bereikte ik het bankje. Daar werd ik welkom geheten door twee libellen, die op de rugleuning op me zaten te wachten. De ene zat mooi in het midden op de onderste plank, de tweede zat helemaal rechts op de bovenste plank van de rugleuning …


Natuurlijk vlogen ze allebei op toen ik op het bankje plaats nam. Maar gelukkig waren ze beurtelings bereid om even later nog eens netjes te poseren voor mijn camera …

En daarmee was het nog niet helemaal voorbij. Geduldig bleef ik lekker in de zon zitten wachten of er verder nog wat zou verschijnen dat de moeite waard was …