Ik sluit deze serie over de oude groene toren en het omringende kerkhof op It Heechsân af met wat foto’s van de oude beuk die aan de westkant het kerkhof staat …
Het mos aan de voet van de oude reus en de korstmossen her en der op zijn stoere stam konden me wel bekoren. Ik houd wel van de grillige vormen en patronen van die korstmossen, en ook de tekening van de bast van de oude boom is prachtig …
Tijdens mijn rondje over het kerkhof rond de groene toren van It Heechsân (Google Maps) viel het me op, dat er op diverse graven beeldjes van dieren stonden. Dat is op zich niet zo vreemd, vooral vlinders en vogeltjes zijn geliefde beeldjes op begraafplaatsen …
Op het kerkhof rond de groene toren hier op het Friese platteland was er naast vlinders en vogeltjes ook plek voor o.a. een geit, een koe, een kievit en het nodige pluimvee …
Al snel nadat ik mijn blik over het hele meer had laten glijden, kwam er een waterhoen langs …
In tegenstelling tot de meerkoet zie ik het waterhoen hier maar weinig. Ik was dan ook blij met deze mooie passage …
Een stuk verderop vlogen even later een paar laagvliegende vogels voorbij. Zeker weten doe ik het niet, maar ik denk dat het een paar nonnetjes waren. Jammer dat ze snel weer uit zicht waren …
Korte tijd later naderde een klein groepje smienten de hut. De kleine vlootschouw werd afgesloten door een paar passerende slobeenden …
smientensmientslobeenden
Ik ben deze serie gisteren begonnen met een foto van het onderstaande water in de richting van de vogelkijkhut en het rietland. Ik sluit af met een foto van dat water en de gesnoeide struik aan de overkant. In de verte stond de Afanja-mobiel klaar om me naar een fotogeniek plekje te brengen …
Vorige week woensdag was het mooi weer om weer eens een wandeling bij de Leijen te maken. Bij gebrek aan winterweer was ik er al een tijdlang niet meer geweest. Sommige plekken hebben met grijs en donker weer weinig te bieden, de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ (Google Maps) bij de Tike is voor mij zo’n plek …
Ik was nog mooi op tijd om over het paadje langs het manshoge riet in de richting van de hut te kunnen lopen. De lokale rietsnijder die dit rietland pacht was intussen begonnen om zijn materieel aan te voeren, had ik onderweg gezien. In de loop van deze week zal het rietland hier waarschijnlijk weer een haal ander beeld bieden. Dan zal het mooie wuivende riet, dat zich onder invloed van zon en wind steeds weer anders toont, tot op enkele centimeters boven de grond zijn verdwenen …
Aangekomen in de vogelkijkhut is dit het beeld door één van de geopende kijkluikjes. In de verte is het steeds verder uit elkaar vallende boomeilandje te zien …
Door wat verder voorover te buigen en wat in- en uit te zoomen, is dit van links naar rechts het beeld over het meertje de Leijen. Op de omgevallen boom zat een eenzame aalscholver, verder was het rustig op het water. Toch kwamen er na enige tijd later diverse vogelsoorten voorbij …
Ik liet de bloemen met de bladluizen achter me en vervolgde mijn zoektocht naar fotogenieke plekjes op en in de nog licht bedauwde bloembladeren …
Het duurde niet lang voordat ik andermaal leven aantrof op de bloemen, ditmaal betrof het een nijvere mier. Hij was duidelijk op zoek de kleine kudde melkvee die ik in het vorige blogje op één van de andere bloemen had aangetroffen. Ja, dat wisten jullie misschien niet, maar mieren melken bladluizen …
Hij zou ze straks wel vinden, vermoedde ik, zo groot waren de afstanden hier niet. Zelf gaf ik me nog even over aan het dromerige sfeertje onder de met dauwdruppeltjes bedekte bloemblaadjes …
Aafje meldde een uurtje later dat ze een lieveheersbeestje op de helleborus had gezien. Het is dus voor de mier te hopen dat hij de bladluizen snel heeft gevonden, anders heeft het lieveheersbeestje ze waarschijnlijk voor zijn neus weggekaapt.
Onze helleborus, die in een pot op één van de terrastafeltjes staat, bloeit al een tijdlang uitbundig …
Afgelopen week ben ik op een zonnig moment eens bij dat tafeltje met de helleborus gaan zitten om wat macrofoto’s te maken van de bloemen …
Na enige tijd zag ik bij één van de bloemen iets bewegen. Door er wat verder op in te zoomen werd al snel duidelijk dat er een kleine kudde bladluizen liep te grazen …
Op weg terug van de vogelkijkhut naar de auto hoorde ik iets verderop met korte stoten het geronk van een motorzaag. Bijna terug bij het pad kon ik ook mannenstemmen horen …
Een aantal vrijwilligers en een betaalde kracht van de Friese natuurbeschermingsorganisatie ‘It Fryske Gea’ waren een stukje verderop bezig met het knotten van de wilgen daar. Nadat ze eerder de wilgen langs het pad al onder handen hadden genomen, waren nu de wilgen in het rietland aan de andere kant van de sloot kennelijk aan de beurt …
Dus denk bij het passeren van zo’n oude knotwilg niet dat het maar een oude dode boom is, waarvan de gaten als prullenbak bedoeld zijn. Nee, die voor ons landschap zo kenmerkende oude knotwilgen zijn in de loop der jaren vaak met zorg gevormd in een hechte samenwerking van moeder natuur en een legertje hardwerkende krasse knarren …
Waar zouden we zijn zonder alle actieve vrijwilligers?
Ik vrees dat er zeer grote problemen zouden ontstaan op het vlak van natuur, cultuur, sport, verenigingswerk, zorg & welzijn, politiek, wijk- en buurtwerk, sociale hulpverlening, onderwijs & scholing. Ik durf de stelling wel aan dat onze samenleving goeddeels in zou storten zonder vrijwilligerswerk.