In april 2022 kreeg ik met dank aan mijn fotomaatje voor het eerst de kans om ijsvogels te filmen en te fotograferen. Hoewel de ijsvogels niet voor de mooiste achtergrond hadden gekozen op de takken bij hun nest, heb ik er in de loop van het voorjaar veel genoegen aan beleefd …
Behalve enkele honderden foto’s heb ik er ook ongeveer 30 minuten aan video-opnamen aan overgehouden. De afgelopen tijd heb ik die opnamen tussen de bedrijven door teruggebracht tot ruim 5 minuten. Ik heb in de loop der jaren wel betere films afgeleverd, maar het was niet te doen om ter plekke met een statief te werken. En ja, inzoomen zonder statief levert nu eenmaal niet de meest stabiele beelden op. Hoe dan ook, het is wat het is …
Na de winterse onderbreking pak ik de draad maar weer op waar ik hem vorige week had laten liggen, namelijk bij het uitzichtpunt aan de Leyensloane. Aan alles komt een eind, zo ook aan het aangename uurtje dat ik daar had doorgebracht. Ik verheugde me er niet echt op, maar uiteindelijk werd het toch tijd om de lange terugweg aan te vangen …
Gelukkig werd de lange rechte kuier een paar maal onderbroken door een paar lokale bezienswaardigheden. Om te beginnen stond er ergens halverwege een aantal Canadese ganzen aan de overkant van het kanaal. Mogelijk waren het de ganzen, die ik op de heenweg al was tegengekomen, toen ze vanaf de Leijen deze kant op kwamen …
In het weiland aan deze kant van het kanaal stond ergens een bordje dat het bekijken waard was. ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’ luidt het opschrift. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpt ruige mest de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels …
Voor de weidevogels was het nog te vroeg, maar hazen leken zich er op dat moment al thuis te voelen. Ik was de auto al mooi genaderd, toen ik een haas in het weiland zag zitten. En al snel zag ik er ook een tweede, gelukkig verscheen de rest van het gezelschap pas toen ik weer bij de auto was. Maar dat is voor morgen …
De Friese naam van de ooievaar is ‘earrebarre’ (spreek uit als: jerrebarre). Voordat ik vanaf de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder koers naar huis zette, wilde ik nog even bij de earrebarren bij Earnewâld kijken. Daarom besloot ik nog even langs het rietland en de ooievaarsnesten ten noorden van Earnewâld te rijden. Gewoon even een relaxed ritje ter afsluiting van de dag …
Op de paal tegenover de gaswininstallatie aan de Dominee Bollema Van der Veenweg (Google Maps) zat een ooievaar mooi te zijn. Het hek van It Fryske Gea stond open, daarom besloot ik even om het nest heen te lopen, zodat ik ze nog even vanaf de andere kant zou kunnen portretteren …
Terwijl ik aan de paal voorbij liep, bleef de ooievaar me met zijn blik volgen. Zodra ik mijn camera aan de andere kant weer op de ooievaar richtte, draaide ze haar kop en nek weer keurig in profielpositie. Intussen kwamen de rietsnijders, die achter me in het rietveld werkten, langzaam dichterbij met een nieuwe lading riet …
Nadat ze hun vracht even later hadden gelost, raakten we aan de praat. Terwijl we met zijn drieën stonden te praten, landde ook de tweede ooievaar weer op het nest …
Nadat ik de stadsmarkering ‘KAPKAR / A7-29 X FT’ en de fietstunnel achter me had gelaten, ben ik nog even naar de zonovergoten Jan Durkspolder gereden …
Een grote zilverreiger stond met opwaaiende kuif tussen de grauwe ganzen op het bijna droog vallende deel aan de oostkant van de vogelkijkhut …
Een paar slobeenden zwommen met hun grote snavels wat voor de kijkhut heen en weer …
Al snel nadat ik mijn blik over het hele meer had laten glijden, kwam er een waterhoen langs …
In tegenstelling tot de meerkoet zie ik het waterhoen hier maar weinig. Ik was dan ook blij met deze mooie passage …
Een stuk verderop vlogen even later een paar laagvliegende vogels voorbij. Zeker weten doe ik het niet, maar ik denk dat het een paar nonnetjes waren. Jammer dat ze snel weer uit zicht waren …
Korte tijd later naderde een klein groepje smienten de hut. De kleine vlootschouw werd afgesloten door een paar passerende slobeenden …
smientensmientslobeenden
Ik ben deze serie gisteren begonnen met een foto van het onderstaande water in de richting van de vogelkijkhut en het rietland. Ik sluit af met een foto van dat water en de gesnoeide struik aan de overkant. In de verte stond de Afanja-mobiel klaar om me naar een fotogeniek plekje te brengen …
Vorige week woensdag was het mooi weer om weer eens een wandeling bij de Leijen te maken. Bij gebrek aan winterweer was ik er al een tijdlang niet meer geweest. Sommige plekken hebben met grijs en donker weer weinig te bieden, de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ (Google Maps) bij de Tike is voor mij zo’n plek …
Ik was nog mooi op tijd om over het paadje langs het manshoge riet in de richting van de hut te kunnen lopen. De lokale rietsnijder die dit rietland pacht was intussen begonnen om zijn materieel aan te voeren, had ik onderweg gezien. In de loop van deze week zal het rietland hier waarschijnlijk weer een haal ander beeld bieden. Dan zal het mooie wuivende riet, dat zich onder invloed van zon en wind steeds weer anders toont, tot op enkele centimeters boven de grond zijn verdwenen …
Aangekomen in de vogelkijkhut is dit het beeld door één van de geopende kijkluikjes. In de verte is het steeds verder uit elkaar vallende boomeilandje te zien …
Door wat verder voorover te buigen en wat in- en uit te zoomen, is dit van links naar rechts het beeld over het meertje de Leijen. Op de omgevallen boom zat een eenzame aalscholver, verder was het rustig op het water. Toch kwamen er na enige tijd later diverse vogelsoorten voorbij …
De week begon hier weer bewolkt en grijs. De plas rond de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was maandagochtend voor een groot deel bedekt met honderden smienten, die rustig op de kleine golfjes lagen te dobberen. Het was te donker om hun kleuren goed te kunnen bekijken, maar ze lieten hun kenmerkende fluittoon wel een paar maal mooi over het water klinken …
Aan de oostkant van de hut hadden een paar bergeenden het plekje van de onrustig wordende ganzen van vorige week ingenomen. Van voorjaarsonrust leek bij hen nog geen sprake te zijn. Ze zaten rustig hun verendek te verzorgen en wat om zich heen te kijken. Een passerende slobeend leek er het zijne van te denken …