Bijna een brug te ver

Jetske en ik hebben vorige week vrijdag weer dankbaar gebruik kunnen maken van ons abonnement op ‘grijze vrijdagen’. We begonnen de dag met een lange wandeling waar ik 4 mei op terugkom. Die wandeling was meteen weer zo lang, dat het weinig gescheeld had of een vervolg van de dag was een brug te ver geweest …

Jetske wist echter wel weer raad en zette koers richting Zwartsluis. Daar reden we oostwaarts verder over de Conradsweg (Google Maps). Al snel zette ze de auto vlak voor een bruggetje in de berm. Hier ligt sinds 2014 een uniek eco-aquaduct en ik hoefde er maar enkele meters voor te lopen. Het eco-aquaduct zorgt ervoor dat het water in de natuurgebieden links en rechts van de weg over het Conradskanaal en onder de weg door kan stromen. Het eco-aquaduct is zo ingericht dat dieren zwemmend, lopend of kruipend onder de weg door van het ene natuurgebied in het andere kunnen komen …

Dankzij het eco-aquaduct blijven de waterpeilen van de natuurgebieden (links op de onderstaande foto) en landbouwgronden (rechts op de onderstaande foto) gescheiden. Boeren willen graag een laag waterpeil om met hun zware machines op het land te kunnen werken. Voor de natuur is een hoger waterpeil beter. Ook draagt het eco-aquaduct bij aan de verbetering van de waterkwaliteit in de natuurgebieden …

Olde Maten en Veerslootlanden – een gebied tussen Zwartsluis en Staphorst – vormt samen met de Weerribben, de Wieden en de Rottige Meente het grootste aaneengesloten laagveengebied in West-Europa. Om de natuurwaarden in stand te houden en te ontwikkelen, is de hoofdfunctie in het gebied (natte) natuur …

Een groot deel van het gebied wordt beheerd door de Agrarische Natuur Vereniging (ANV) Horst en Maten in samenwerking met grondeigenaar Staatsbosbeheer. De betrokken agrarische ondernemers hebben hun bedrijf in de directe omgeving en zijn de ambassadeurs van het prachtige gebied. We vervolgden onze rit door het mooie petgatenlandschap op weg naar een vogelkijkhut. Ook daar zou ik volgens Jetske weer niet ver hoeven te lopen …

’t Was weer grijs weer

Er rust dit jaar tot nu toe geen zegen op de gezamenlijke fotokuiers met mijn fotomaatje. Een enigszins zonnige dag hebben we samen nog niet meegemaakt dit jaar. Ook zaterdag mocht dat weer niet zo zijn. Tot tien uur ’s ochtends was het vrij zonnig, daarna trok de lucht weer dicht en hing er opnieuw een loodgrijs wolkendek boven het landschap …

Ik had gehoopt dat we wat fotogenieke boomwallen konden fotograferen in de Fryske Wâlden. Die boom- of houtwallen vormen samen een mooi coullissenlandschap, dat vooral in het voorjaar de moeite waard is. Voordeel van zo’n ritje was dat ik betrekkelijk weinig zou hoeven te lopen, want mijn benen hebben toch wel een tikje meegekregen van het virus dat me onlangs plaagde. Eenmaal buiten Drachten was echter al snel duidelijk, dat dit weer ons geen foto’s van mooie Friese landschappen zou opleveren …

Omdat we er intussen toch in de buurt waren, stelde ik voor om eerst maar even langs It Heechsân te rijden, zodat Jetske wat foto’s kon maken van de groene toren, die ik hier in februari al heb getoond. Terwijl Jetske het informatiepaneel bij de hoofdingang van het kerkhof bekeek, liep ik even naar het bruggetje dat naar de zijingang voerde. Dat had ik tijdens mijn bezoek aan de groene toren in februari gemist …

Toen we enige tijd later na afloop van een rondje om het kerkhof en de toren allebei onze foto’s hadden gemaakt, trokken we ons terug in de auto om onder het genot van een broodje te overleggen hoe we de dag verder zouden invullen. Al pratend was al snel een alternatieve locatie bedacht. Daar loodste ik Jetske via ommelandse wegen naar toe, zodat ik mijn onderdanen nog even rust zou kunnen geven …

Het rondje voltooid

Ik pak de draad van het verhaal nog een keer op bij de wirwar van wortels en mossen naast het vlonderpad dat door een moerasachtig deel van De Deelen voert. Mossen zijn een belangrijke schakel in ecosystemen: ze produceren zuurstof, beschermen tegen erosie, scheppen een gunstig microklimaat voor het ontkiemen van allerlei soorten zaden en vruchten en bieden leefruimten aan vele kleine insecten …


Ook de mens heeft in de loop der jaren veel gebruik gemaakt van mossen voor o.a. brandstof, vloerbedekking, matrasvullingen, isolatiemateriaal en tegenwoordig ook de bloemsierkunst. Van dichtbij bekeken zijn het vaak verrassend mooie plantjes, maar ik kon er hier niet dicht genoeg bij komen voor een paar mooie macrofoto’s …

Nog even over het laatste deel van het vlonderpad en een stukje door het struikgewas, daarna kwam ik weer uit op de parkeerplaats. Maar dan wel aan de andere kant van de parkeerplaats. Bij Staatsbosbeheer gaat men er kennelijk van uit dat alle wandelaars aan deze kant beginnen. Hier staat namelijk een informatiebordje over het drijvende vlonderpad en over ‘de wonderlijke wereld van mos’. Als ik het had geweten, was ik aan deze kant begonnen …

Het was in ieder geval een prima ervaring en een aangenaam weerzien met De Deelen. Onderweg naar de auto aan de andere kant van de parkeerplaats hield ik nog even halt bij het tweede petgat. In de verte ligt het drijvende vlonderpad …

Ik sluit af met een dromerige weerspiegeling van het bruggetje drijvende vlonderpad en de bomen aan het eind van het petgat. Ik denk, dat ik hier in de loop van het jaar nog wel een paar keer een kuier zal maken …

Mossen en varens

Nadat ik het bruggetje achter me had gelaten, had ik weer enige tijd vaste grond onder mijn voeten, zoals dat bij de meeste paden gebruikelijk is. Al snel werd het het pad echter vervangen door een vlonderpad dat er al jaren ligt …


Dat is op zich geen probleem, maar echt breed is dat vlonderpad niet. Ik loop dan wel een stuk stabieler dan een halfjaar geleden, maar op een pad van drie planken breed voel ik me toch niet echt op mijn gemak. En dat werd er niet beter op, toen ik halverwege het eerste deel van het pad, (foto linksonder) achter me meerdere keren het langgerekte ‘kieuwww … kieuwww’ van de buizerd hoorde. Ik bleef even staan en draaide me voorzichtig om. Er cirkelden twee buizerds boven me. Vlak voordat ik er een foto van kon maken, naderde er vanaf de andere kant een wandelaar. “Moai no …,” zei hij. Gelukkig kon ik me vasthouden aan een berkje langs het pad, terwijl we langs elkaar schuifelden …

Het vlonderpad, dat uit meerdere delen bestaat, voert door een moerasachtig deel van het gebied. Het is een plek waar vooral varens en diverse mossen het goed doen …

De wortels van struikgewas dat gewend is het de voeten in het water te staan vormen in drogere tijden mooie plekjes waar mossen zich kunnen vestigen …

Ik sluit dit deel vandaag af met een klein natuurlijk stilleven. Morgen bereiken we het eindpunt …


wordt vervolgd

Een drijvend bruggetje

Aan het eind van het pad langs het eerste petgat gekomen, kon ik maar één kant op: linksaf over het korte bruggetje naar het tweede petgat …


Daar kon ik kiezen uit twee mogelijkheden. Ik kon meteen linksaf slaan en dan langs het tweede petgat terug naar de parkeerplaats lopen. Dat was de kortste en makkelijkste route. De tweede keuze was om het tweede petgat over te steken over het nieuwe bruggetje …

Ik koos voor de derde optie: eerst maar even lekker zitten op het bankje, dat ’s zomers lekker in de schaduw staat en nu in half zon, half schaduw. Daar vandaan kon ik mooi een blik werpen op het nieuwe bruggetje. Het mag volgens Staatsbosbeheer overigens niet meer de naam bruggetje hebben, het wordt nu een drijvend vlonderpad genoemd …

Hoe dan ook, er was weer een mogelijkheid om het petgat over te steken en daar moest ik dan maar gebruik van maken. Zacht wiebelend liep ik, kleine golfjes veroorzakend, naar de overkant. Halverwege heb ik nog even halt gehouden om een paar foto’s te maken …

Wiebelend en wel kwam ik aan de overkant, dat kon ook weer afgevinkt worden. Dan nu via het bekende pad terug naar af. Dat was ook nog wel even een uitdaging …


– wordt vervolgd

Terug in De Deelen

Vorige week woensdag was het een stralende dag in Fryslân. Ik besloot onder een strakblauwe hemel een fotokuier te maken in De Deelen. Sinds ik in januari 2019 ontdekte dat het bruggetje over het tweede petgat in onbruik was geraakt, had ik daar geen echte kuier meer gemaakt. Deze dag had ik er zin in om het weer eens te wagen. En ik was niet alleen, ik werd vergezeld door de lange donkere man …


Terwijl ik langs het eerste petgat aan de wandeling begon, zag ik in de verte een grote zilverreiger op het paadje staan. Op de foto linksonder is hij slechts als een klein wit stipje te zien, op zo’n moment komt de sterke zoomlens weer goed van pas …

Het duurde niet lang voordat de zilverreiger mij ook zag. Hij liet me niet veel dichterbij komen en zocht al snel zijn heil aan de andere kant van het petgat. Daar ging hij op een grote pol zitten …

Op dat moment passeerden toevallig ook de heer en mevrouw grote zaagbek. Hij zwom voorop, maar zij maakte beter gebruik van het licht om netjes op de foto te komen …

Ik naderde intussen het eind van het pad langs het eerste petgat. Daar kreeg ik zicht op het bruggetje aan de andere kant van het Alddeel (Google Maps). Dat zou voorlopig nog wel buiten mijn bereik blijven. Maar dat maakt niet uit, ik was al lang blij dat ik dit punt na jaren weer had gehaald …


wordt vervolgd

Terug naar ‘1748’

Zo lang er nog kracht in mijn benen zat, kon auto wel even wachten, bedacht ik me. Via een onooglijk smal paadje nam ik een doorsteekje van de ene brede laan naar de andere. De zon had de sfeervolle lichte ochtendnevel intussen uit de lucht gefilterd, daardoor deed het bos ineens weer meer aan voorjaar denken dan aan najaar …


Op de volgende brede boslaan liep ik eerst een stukje in zuidelijke richting om al snel weer een paadje naar rechts te nemen. De villa waar ik vervolgens aan voorbij liep, bevestigde dat ik de juiste route had gekozen. Ik herkende het van een fotokuier, die ik hier in december 2012 met Jetske heb gemaakt. Toen lag er een laagje sneeuw, waardoor het bos er net even anders uitzag. Niet veel later kreeg ik mijn doel in beeld …

Hier was ik naar op zoek, een romantisch bruggetje met overkapping en het jaartal 1748 in het hek. Naar verluidt liet de welgestelde herenboer Jan Janszoon Lauswolt, grootgrondbezitter te Beetsterzwaag hier in 1748 ‘een met geboomte omgeven boerderij’ bouwen. Het getal in het hek op dit bruggetje is waarschijnlijk alles wat nog herinnert aan die oude boerderij …

Tevreden beklom ik de heuvel aan deze kant van het bruggetje. Halverwege de heuvel lagen op een afgevlakt stuk een paar gevelde woudreuzen, die dusdanig veel steun van elkaar ondervonden, dat ze niet meteen weg zouden rollen. Daar kon ik mooi even zitten voor een korte lunchpauze …