Aan de ketting

Het heeft er alle schijn van, dat ik een soort van abonnement heb op chronische en pijnlijke kwalen. Om te beginnen was daar in 2004 de diagnose MS. Niks aan te doen, gewoon mee leren leven. Toen ik dat laatste aardig in de vingers had gekregen, kwam daar in 2017 de diagnose Acnes bij. Een jarenlange zoektocht langs pijnbestrijders volgde. Om het leven met acnes leefbaar te houden, slik ik nog steeds drie maal daags een cocktail van stevige pijnstillers …

De huisarts bevestigde gistermiddag wat wij al dachten. Ik heb er weer een nieuwe kwaal bij, ditmaal luidt de diagnose Ischias. En de pijn doet me helaas terugdenken aan de gruwelijke pijnen die ik in de eerste jaren met Acnesklachten heb moeten doorstaan. Naast wat ik al aan pijnstillers slik, kon de huisarts me ditmaal eigenlijk alleen maar opiaten in de zwaardere categorie bieden, zoals b.v. morfine en oxycodon. Daar heb ik echter vriendelijk voor bedankt. Nadat ik hem had herinnerd aan de huiveringwekkende ervaringen die ik daar in 2017 mee heb opgedaan, was hij het wel met me eens. Wel mag ik naast mijn reguliere medicatie nog vier maal daags twee paracetamols hebben. Het is *@#$%^&, maar het is niet anders …

Voorlopig lig ik aan de ketting en zal ik de ergste pijn weer moeten verbijten. De periode met de meeste heftige pijn kan 6 tot 12 weken duren, aldus de huisarts. In deze periode is het belangrijk om niet geforceerd te bewegen. Meer dan rusten en regelmatig licht bewegen (lees: oefeningen, fietsen op de hometrainer en kleine stukjes lopen met stok) kan ik niet doen. Fladderend als een vlinder op mijn iLark door het Friese land trekken, zit er voorlopig dus niet meer in. Over dat alles zou ik me kwaad of verdrietig kunnen maken, maar daar wordt de situatie niet anders van. Van ritjes en kuiertjes zal voorlopig niks komen, maar het bloggen gaat gewoon door, want ik heb een goed gevuld fotoarchief waar ik voorlopig nog wel even mee vooruit kan …

De ervaring heeft me geleerd dat ontspanning en afleiding nog de beste pijnbestrijding zijn. Zodra je aan pijn gaat denken, dan voel je die pijn ook. Daarom richt ik mijn aandacht voorlopig liever op mijn fotoarchief en jullie blogs. De pijn probeer ik zoveel mogelijk buiten te sluiten, daarom gaan we het daar na vandaag eerst ook niet meer over hebben.

Nieuwe paden

Met dit hek, dat bijna op het hoogste punt van it Reaklif langs het IJsselmeer staat, sluit ik op symbolische wijze een hoofdstuk af. Sinds september 2006 zijn fotomaatje Jetske en ik steeds samen op pad geweest met de auto en de benenwagen. Aan die situatie is met de komst van de iLark een eind gekomen …

Afgelopen vrijdag hebben Jetske en ik na bijna 17 jaar voor het eerst samen een fietstocht gemaakt, Jetske op de fiets en ik op de iLark. Het werd een mooi ritje van ongeveer 23 km over asfalt- en schelpenpaadjes langs zandpaden door het bos- en heiderijke gebied ten zuiden van Drachten. Jetske zei na afloop verrast te zijn, dat ik al die jaren zoveel moois voor haar verborgen had gehouden … 😉

Grutto’s met een kuiken

Nadat ik donderdagochtend in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Leijen een tijdlang had zitten genieten van de zwarte sterns, ben ik zoals ik wel vaker even doorgereden naar de Jan Durkspolder …

Daar kon ik echter niet komen, omdat de brug afgesloten was. Waarschijnlijk is de gammele polderbrug eindelijk vervangen. Dat hoop ik deze of volgende week te ontdekken. Omdat ik in de Jan Durkspolder niet terecht kon, heb ik een ommetje gemaakt naar de hooilanden ten noorden van Earnewâld. En daar kreeg ik geen spijt van …

Ik was het doodlopende weggetje nog maar nauwelijks honderd meter in gereden of er vloog al een grutto op, die meteen een paar maal luid roepend laag over de auto dook. Ik wist genoeg en zette de auto meteen in de berm. De grutto landde eerst pal naast me op een dampaal. Daarna dook hij het lange gras in. Even later kwam hij tevoorschijn met zijn partner en hun kuiken. Is het niet prachtig!?

Ieder aan een kant van hun kuiken hielden de ouders de omgeving scherp in de gaten. Lang duurde de show niet, al snel leidden pa en ma hun kuiken weer naar het lange gras. Hopelijk redt dit kuiken het om volwassen te worden, want de kuikenoverleving van grutto’s moet omhoog


Mijn dag kon al na het zien van de zwarte sterns bij de Leijen al niet meer stuk, het treffen met dit prachtige drietal dat ook op de Rode Lijst staat, maakte het helemaal af! 🙂

Naar It Heechsân

Nadat ik een uurtje in de vogelkijkhut bij de Leijen had gezeten, zette ik koers naar It Heechsân (het Hoogzand in ’t Nederlands), een ritje van ongeveer 5 km. It Heechsân (Google Maps) is een buurtschap die 1,5 km ten noorden van het dorp Eastermar ligt. Oorspronkelijk lag hier de kern van het dorp Eastermar op een zandrug die ongeveer 3 meter hoger ligt dan de Leijen en het Burgumermeer ..


In de 13e eeuw werd er op It Heechsân een kerk met toren gebouwd. Klokken hingen er in het begin niet in de toren, die kregen plekje in een klokkenstoel. In de 16e eeuw verschoof de kern van Eastermar naar het zuidwesten tussen de Leijen en het Burgumermeer …


Het toegangshek van het kerkhof is voorzien van allerlei symboliek van tijd, dood en leven. Zo staat de schedel met gekruiste beenderen voor de kortstondigheid van het leven. De gekruiste zeisen zijn het teken van de dood, de grote maaier die oogst bij het levenseinde. De in zijn eigen staart bijtende slang staat voor het eeuwige leven. De gevleugelde zandloper verbeeldt de vervliegende tijd en het onvermijdelijk naderende stervensuur …

De bovenstaande informatie komt van het informatiepaneel dat aan de rand van het kerkhof staat. Morgen openen we het hek en maken we eens een rondje om de toren …

– wordt vervolgd

Het kon nog net even

De dooi was in grote delen van ons land al ingetreden, maar op het ondergelopen land bij de Hooidammen ten westen van Drachten kon zondag 14 december nog geschaatst worden. Aan het begin van de middag werd de lokroep van het ijs weer zo sterk, dat ik er toch nog maar even naar toe ben gereden …


De vaarweg tussen Drachten en Earnewâld lag nog helemaal open. De laatste keer dat daar ook een mooie laag ijs op lag, was in februari 2012. Maar dat kon de pret niet bederven, want voorbij de bomen lag links van de Hooidamsloot een mooie ijsvlakte …

Op die ijsvlakte, waar 4 dagen daarvoor de eerste vermetele schaatsers voorzichtig hun eerste streken zetten, lag nu van hier bijna tot Earnewâld een mooie stevige ijsvloer …


Zodra het schoeisel was verwisseld voor schaatsen, konden de eerste rondjes worden gemaakt. Nou ja, rondjes … het waren mooie ronden van naar schatting twee kilometer. Daar konden de liefhebbers die dag nog volop van profiteren en dat deden velen dan ook …

Na een paar van die rondjes was het voor menigeen wel tijd om de benen, die aan het begin van het seizoen nog niet gewend waren aan de schaatsbewegingen, even wat rust te geven. Dat was natuurlijk meteen een mooie gelegenheid om nog even iemand te bellen om te vertellen wat hij of zij miste …


Het deed me deugd om te zien, dat het niet alleen volwassenen waren die zich op de gladde ijzers waren. Er waren ook verrassend veel kinderen op het ijs. De kleinsten werden waar nodig overeind geholpen en gehouden door een van hun ouders. Wat grotere kinderen waren intussen op zichzelf aangewezen. Wie viel werd geacht al snel weer op te krabbelen om daarna gewoon verder te gaan, zoals ik dat zelf in het begin ook talloze malen had gedaan …

Luidruchtig overvliegende ganzen haalden me na verloop van tijd uit mijn dromerij uit de tijd toen ik zelf nog graag schaatste. Tijd om terug te gaan naar de warmte van de huiskamer …

Naar de toren van Eagum

Met het oog op de onzekere weersverwachting kozen Jetske en ik er tijdens onze vorige gezamenlijke fotodag voor om een ritje langs wat oude Friese kerken en torens te maken. Jetske had zelfs al wat voorwerk gedaan en drie plaatsen aangestipt. Ze stelde voor om op vertrouwd terrein te beginnen, bij de toren van Eagum (Google Maps)


Zelf ben ik er wel vaker geweest, en we hebben er ook samen al eens rondgestruind. Maar dat maakt niet uit, sommige bouwwerken en objecten tonen zich in elk seizoen anders. Zo ook de toren van Eagum, die nu mooi door de bijna kale bomen schemert waar hij ’s zomers goeddeels schuil achter gaat. En het is gewoon een lief torentje …


Het was nog geen sinecure om bij de toren en op het omringende kerkhof te komen. Wat we ook deden en probeerden, het hek bleef – waarschijnlijk als gevolg van vandalisme – dicht. Het zat werkelijk muurvast, er was geen beweging in de krijgen. Er zat niets anders op, dan over het hekwerk aan de buitenkant van de palen te klimmen. Voor mij was dat gewoon een forse stap, maar voor Jetske was het met haar geringere lengte nog een aardig klusje, want er zaten gemene punten op dat hekwerk …

Afijn, we hadden het gered en stonden meteen aan de voet van de toren, bij het centrum van Fryslân, tevens het middelpunt van de wereld …

  • wordt vervolgd

Terug naar ‘1748’

Zo lang er nog kracht in mijn benen zat, kon auto wel even wachten, bedacht ik me. Via een onooglijk smal paadje nam ik een doorsteekje van de ene brede laan naar de andere. De zon had de sfeervolle lichte ochtendnevel intussen uit de lucht gefilterd, daardoor deed het bos ineens weer meer aan voorjaar denken dan aan najaar …


Op de volgende brede boslaan liep ik eerst een stukje in zuidelijke richting om al snel weer een paadje naar rechts te nemen. De villa waar ik vervolgens aan voorbij liep, bevestigde dat ik de juiste route had gekozen. Ik herkende het van een fotokuier, die ik hier in december 2012 met Jetske heb gemaakt. Toen lag er een laagje sneeuw, waardoor het bos er net even anders uitzag. Niet veel later kreeg ik mijn doel in beeld …

Hier was ik naar op zoek, een romantisch bruggetje met overkapping en het jaartal 1748 in het hek. Naar verluidt liet de welgestelde herenboer Jan Janszoon Lauswolt, grootgrondbezitter te Beetsterzwaag hier in 1748 ‘een met geboomte omgeven boerderij’ bouwen. Het getal in het hek op dit bruggetje is waarschijnlijk alles wat nog herinnert aan die oude boerderij …

Tevreden beklom ik de heuvel aan deze kant van het bruggetje. Halverwege de heuvel lagen op een afgevlakt stuk een paar gevelde woudreuzen, die dusdanig veel steun van elkaar ondervonden, dat ze niet meteen weg zouden rollen. Daar kon ik mooi even zitten voor een korte lunchpauze …