Pronkstukjes in ’t Skar

Lang hoefde ik niet te lopen voordat ik bij de splitsing van paden kwam. De dobbe aan het pad naar rechts zou duidelijk te ver zijn vandaag, daarom nam ik het pad naar links. Terwijl ik langs het blauwgrasland liep, keek ik uit naar een paar van de beschermde planten die het Weinterper Skar in deze tijd van het jaar kleur horen te geven …

Al snel zag ik een paar Brede orchissen staan. Ze stonden te ver van het pad om er macrofoto’s van te kunnen maken, maar met behulp van de zoomlens heb ik ze toch redelijk in beeld kunnen vangen. De Brede orchis (frouljustriennen – ‘vrouwentranen’ in het Fries) staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en sterk afgenomen. Maar gek genoeg is de soort volgens Wikipedia sinds 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd

Intussen was ik aangekomen bij één van de twee ‘Afanja-bankjes’, die hier eind 2016 geplaatst zijn als goedmakertje voor het verdwijnen van de Nije Heawei. De bankjes maken mijn mobiliteit niet groter, maar het zijn wel fijne plekjes om even rust in acht te nemen en te genieten van de omringende natuur. En zo lang de lucht het bij dreigen hield, besloot ik daar even gebruik van maken …

Vanaf het bankje liet ik mijn blik over het blauwgraslandje voor me glijden. Ineens ontdekte ik de tweede beschermde plant waar ik naar had uitgekeken, het Heidekartelblad (heiderinkelbel in het Fries). Nog niet zo gek lang geleden moest je de minuscule bloemetjes met zorg zoeken, omdat er slechts enkele planten op of vlak naast het pad stonden. Nu lijken er veel meer te staan dan ik er in voorgaande jaren ooit heb gezien. Ook het heidekartelblad staat als zeer zeldzaam en zeer sterk in aantal afgenomen op de Nederlandse Rode lijst van planten. In het Weinterper Skar doet het heidekarteblad het op dit moment duidelijk erg goed …

Intussen bleef de lucht dreigen. Ik had mijn fotografische buit eerst wel weer binnen, daarom begon ik aan de terugweg naar de auto. Het ziet er niet naar uit dat we in mei nog echt warmer en standvastig weer krijgen, toch hoop ik binnenkort nog eens op een zonnig dagje wat langer in het Weinterper Skar rond te kijken …

Oude liefde

‘Oude liefde roest niet’, zo luidt het gezegde. Het zal best, maar de glans gaat er na verloop van tijd wel wat af. Dat bedacht ik me, toen ik gistermorgen tussen de buien door voor het eerst dit jaar weer eens een fotokuiertje maakte in het Weinterper Skar …

In de periode 2005-2015 maakte ik – zeker in deze vaak groeizame en bloemrijke tijd het jaar – vrijwel dagelijks even een kuiertje in dit kleine natuurgebied ten zuiden van Drachten. Daar is een eind aan gekomen na het verwijderen van het landweggetje de Nije Heawei uit het gebied in 2016 …

De mooiste plekjes zijn sindsdien een stuk minder gemakkelijk bereikbaar, omdat de actieradius van mijn benenwagen beperkt is. Maar het slootje met de Waterviolier (wetterpinksterbloem in het Fries) bij de parkeerplaats kost me geen moeite. Er leken meer van die mooie roze-witte bloemetjes dan ooit in bloei te staan, alleen jammer dat er geen zon was om het even mooi uit te lichten …

Nu ik er toch was, stelde ik me niet tevreden met alleen wat foto’s van de Waterviolier. Daarom besloot ik toch maar even door te lopen naar ‘mijn‘ bankje, zou ik meteen even kunnen zien hoe het er met ’t blauwgrasland voor stond …

Onderweg daar naar toe, kon ik niet om deze half verzopen paardenbloemen heen …

  • wordt vervolgd

Druppelstudies

Het was niet zo dat het voortdurend met bakken uit de lucht kwam …

Maar echt droog is het hier in het weekend nauwelijks geweest …

Het was in ieder geval geen weer om er eens even lekker op uit te trekken …

Daarom heb ik me maar weer op wat druppelstudies gestort …

Tussen de paardenbloemen

In onze omgeving een stuk minder bijzonder dan de tapuit, scharrelde nauwelijks honderd meter verderop aan de overkant van de weg een ooievaar rond …

Ik stop dan ook niet voor iedere ooievaar om er foto’s van te maken, maar dit exemplaar had iets over zich wat hem de moeite waard maakte. Kijk maar eens naar de prachtige pose, die hij voor me aannam …

En het werd nog mooier, toen hij even later een slootje overstak en vervolgens zijn weg tussen de paardenbloemen voortzette, terwijl de zon flauwtjes probeerde door te breken …

De tapuit – nr. 86

Terwijl ik het weiland met paardenbloemen in de verte aan het fotograferen was, vloog er op een bepaald moment een klein vogeltje voor me langs. Vanuit een ooghoek zag ik dat hij op een dampaal iets verderop landde. Meteen zette ik de achtervolging in, waarna ik mijn camera op hem richtte …

Zodra ik hem in de zoeker had, meende ik hem te herkennen. Het leek een tapuit te zijn (heidehipper in het Fries), en daarmee had ik weer eens een primeurtje. Ik heb het nog even nagekeken, tot dat moment had ik – voor zover bekend – 85 vogelsoorten in mijn fotoarchief. De tapuit is dus nr. 86. Nadat ik twee foto’s van de tapuit op die grote dampaal had gemaakt, leek hij het welletjes te vinden en vloog hij naar een hek een stukje verderop …

De tapuit staat sinds 2004 als bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Het is een kleine insectenetende zangvogel, die zich bij voorkeur ophoudt in heidegebieden, duinen en zandverstuivingen. Hier tussen de weilanden leek hij me niet direct op zijn plek, maar mogelijk houdt hij zich normaal gesproken op bij de zandwinput op een flinke steenworp afstand …

Hoe dan ook, ik was en ben blij met de foto’s die ik van deze sterk bedreigde vogel heb kunnen maken …

In plaats van bollenvelden

Bollenvelden hebben we in de buurt van Drachten niet. Daarvoor moet ik naar de Noordoostpolder of naar het noorden van de provincie, waar hier en daar ook nog wel eens een veldje te vinden is …

Maar als jij onder juiste omstandigheden ergens rondom Drachten door de weilanden rijdt, kun je toch hier en daar de indruk krijgen in de verte een veld narcissen of gele tulpen te zien …

Maar dichterbij gekomen blijkt het dan toch niet te gaan om tulpen of narcissen, maar om paardenbloemen. En laat dat in mijn optiek nu net één van de meest onderwaardeerde bloemen zijn …

Hoe mooi een paardenbloem is, zie je pas door een macrolens, zoals op de foto hier rechtsboven. En zelfs als hij uitgebloeid is, is het één en al schoonheid …

Sweltsjes bij de ‘Blaustirns’

Dinsdag ben ik weer eens naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ op de oever van het meertje de Leijen gewandeld. De laatste keer was half februari, toen er nog een laagje ijs en sneeuw op de Leijen lag …

Het was er nu weer een stuk aangenamer en groener dan in februari. Terwijl het in de winter gemaaide riet alweer mooi groen kleurde, lag er naast het pad een vergeten bosje riet weg te kwijnen …

Vanuit de vogelkijkhut viel niet veel te zien. Bij het boomeilandje lang een vissersbootje afgemeerd en er vloog een paar maal een zwarte stern (blaustirns in het Fries) voorbij, dat had ik al snel bekeken …

Vanaf de andere kant van de hut hoorde ik op dat moment ergens vanuit het riet verschillende keren de ‘misthoorn’ van de roerdomp klinken. En dus heb ik aan de andere kant een luikje geopend, maar hoezeer ik ook in het rond spiedde wanneer hij zich liet horen, hij liet zich niet zien …

Dat deden een paar teruggekeerde boerenzwaluwen wel. Terwijl ik de roerdomp zocht, hoorde ik achter me plotseling het geruis van vleugeltjes en het kenmerkende gepiep van de zwaluwen (sweltjes in het Fries). Het was duidelijk dat ze graag de hut in wilden, om op de gebruikelijke plek een nestje te bouwen, maar dat ze problemen hadden met die grote gedaante van ondergetekende …

Omdat de roerdomp zich niet liet spotten en omdat er verder ook niet veel te beleven viel, besloot ik me terug te trekken uit de hut, zodat de zwaluwen rust en ruimte hadden om hun werkzaamheden uit te voeren …

Onderweg naar de auto heb ik nog een poging gedaan om een rietzanger aan de andere kant van de vaart te kieken, maar ik was veel te traag. Zodra ik hem in de kieker had, schoof de rakker steeds weer een stukje op. Maakt niet uit, de aanblik van de zwaluwen en het geluid van de roerdomp hadden mijn dag voldoende kleur gegeven …