Orchissen ‘in beweging’

Hoewel ik na enig zoekwerk toch nog een paar echte koekoeksbloemen en zelfs twee brede orchissen had gevonden, liep ik enige tijd later toch enigszins teleurgesteld terug naar de auto. Ik was in het verleden beter gewend hier. Vlak voordat ik bij de parkeerplaats was, besloot ik nog even een paar stappen zijwaarts te maken. ’t Idee was om nog even wat plaatjes te scoren van de zee aan boterbloemen daar…

De boterbloemen werden al snel bijzaak. Zodra ik een paar voorzichtige stappen in het veld met de boterbloemen had gezet, zag ik het paars van een brede orchis tussen het groen en geel door schemeren. En al snel werd duidelijk dat er nog veel meer stonden. Ik kon maar tot één conclusie komen: de orchissen waren het oude pad overgestoken om zich opnieuw te vestigen aan de andere kant. En zo te zien hebben ze het daar prima naar de zin …

Op zoek naar de orchis

Half mei had ik al een kuiertje in het Weinterper Skar gemaakt, omdat ik hoopte dat misschien de eerste orchissen te vinden zouden zijn. Dat was wat al te optimistisch, maar met de heiderinkelbel en de wetterpinksterblom was ik toen ook erg blij. Vorige week ben ik in de herkansing gegaan voor de orchissen …

De plek waar ik ze hoopte te zien bood geen erg hoopvolle aanblik. Tot drie jaar geleden liep hier de Nije Heawei. De berm van die smalle landweg bood jaarlijks rond deze tijd een feestelijk aanblik, omdat er steevast een keur aan orchissen tot bloei kwam. Nu niet meer. Het veld ten noorden van de weg ging daar in mei/juni vaak schuil onder een zacht golvende roze zee van van echte koekoeksbloemen. Ook daar was nu niets van te zien. Zou ik dan ook nu nog te vroeg zijn …?

Ik besloot eerst maar eens even te genieten van rust en uitzicht op het ‘Afanja-bankje’ langs het pad. Nadat mijn onderdanen hun kracht hadden hervonden, besloot ik enige tijd later net als twee weken eerder toch maar weer met enige rekkelijkheid der regels behoedzaam wat dieper in ’t groen op zoek te gaan. Dat leverde me na enig zoeken toch nog een paar orchissen en enkele echte koekoeksbloemen op …

– morgen nog wat van dit moois –

Juffertjes in de tuin

Een heus paradijs voor vlinders en bijen is ons tuintje nog nooit geweest, daarvoor is het er vooral vanwege de hazelaar te donker. En ook een grote, hoge pol bamboe wierp tot het najaar van 2017 dagelijks zijn schaduw over de tuin. Toch heb ik er in de loop der jaren heel wat insecten kunnen kieken. Vorig jaar leek het insectenleven in ons tuintje echter ineens tot een fatale stilstand te komen …

Voor zo ver ik na heb kunnen gaan, heb ik er vorig jaar maar één waterjuffer kunnen kieken. Dit jaar ziet er het weer wat florisanter uit. Vooral bij de door Aafje opnieuw ingerichte border achter in de tuin is het de laatste dagen een komen en gaan van bijen. En er zweven ook regelmatig weer waterjuffers door de tuin. En gelukkig zijn ze ook vaak genegen om even ergens neerstrijken …

Vuurjuffer en azuurwaterjuffer lijken favoriet te zijn, maar ik heb me voorgenomen om me niet meer druk te maken om de naamgeving van bloemetjes en beestjes. MS brengt niet alleen fysieke en motorische problemen met zich mee, maar ook het (korte termijn) geheugen wordt er niet beter op. Ik vind het langzamerhand eigenlijk zonde van de energie om elke keer namen op te zoek. Ik geniet liever gewoon van hetgeen ik heb gezien en gefotografeerd …

Ecokathedrale fotokuier 17

Tijdens de vorige fotokuier in de Ecokathedraal was de nieuwe toegangspoort nog niet klaar. Aan de bovenkant gaapte toen nog een gat, maar in september 2014 was het een echte poort. Hij had zelfs al een naam: ‘Porta Celi’, door een van de vrijwilligers van de Ecokathedraal vertaald als ‘Hemelpoort’.

Omdat mijn onderdanen een lange kuier in de weg stonden, bleef het die dag verder beperkt tot een korte rondgang door het voorste deel van de Ecokathedraal, die zich in 2:10 min laat samenvatten. Maar dat is vandaag helemaal niet erg, want het is toch te warm voor een lange wandeling …   😉

Volgende week zondag deel 18.

Skywatch Friday 468

Een stemmige zonsondergang uit het archief …

A moody sunset from the archive …

Nog hoog in de lucht …

Still high in the sky …

Maar ook laag op het wateroppervlak …

But also low on the water surface …

Wil je meer Skywatch foto’s zien? Gewoon even op het logo klikken …
Wanna see more Skywatch photos? Just click the logo …

Skywatch Friday

Prettig weekend!
Wishing you all a wonderful weekend!

2 x 33 = 46(?)

Van het Weerribbenriet worden bosjes met een omtrek van 46 cm gemaakt. Willy vroeg zich in april af waar dat getal 46 vandaan komt. Daar wist ik op dat moment het antwoord niet op te geven, en de beide rietsnijders in Jetskes’ familie wisten het evenmin. Daarom ging Klaas-Jan te rade bij zijn leermeester, opa Lok …

Klaas-Jan werd als klein kind al door zijn opa meegenomen naar het rietland, en daar komt zijn liefde voor dit werk dan ook vandaan. Opa Lok vertelde dat de maat van een bosje riet in de Weerribben sinds ongeveer 70 jaar 46 cm is, daarvoor was het 33 cm …

In de regionale rietvereniging is rond 1950 afgesproken om van bosjes van 33 cm over te stappen naar bosjes van 46 cm. “Twee bosjes van 33 cm zijn samen 46 cm,” aldus opa Lok. Dat betekende om te beginnen tijdwinst voor de rietsnijder, want hij hoefde vanaf dat moment maar de helft van het aantal bosjes te maken. Omdat het riet toen nog met twijg gebonden werd, betekende het ook dat er minder twijg nodig was …

Om te controleren of deze redenering van opa Lok klopt, besloot Klaas-Jan om twee bosjes van 33 cm te maken. Dat viel nog niet mee wanneer je gewend bent om op gevoel altijd bosjes van 46 cm te maken, maar uit eindelijk lukte het. Nadat Klaas-Jan die bosjes vervolgens uiteen had getrokken, maakte hij van die twee bosjes weer één bos. Bij meting bleek de nieuwe bos net wat te dik te zijn: ruim 47 cm. Omdat zowel de centimeter als de rietstengel in die 70 jaar geëvolueerd kunnen zijn, ben ik geneigd om de som en de redenering goed te rekenen … 😉

In de onderstaande video laat Klaas-Jan nog even zien hoe hij van die twee bosjes één net wat te dikke bos maakt. Tot slot wist hij zijn opa te verleiden om ‘voor de film’ nog eenmaal een bosje riet te maken. Ook dat viel nog niet mee, want na verloop van jaren vloeit de ervaring toch langzaam weg. En het werken met zo’n moderne bindmachine was opa Lok al helemaal vreemd. “Maar om die rietstengels in je hand te hebben, dat blijft een mooi gevoel,” aldus opa Lok …

Ter aanvulling: in de bovenstaande video lijkt het alsof opa Lok alleen een snoepje aan zijn achterkleinzoon geeft. Maar ik kan getuigen dat zijn achterkleindochter haar lekkers al eerder had gekregen.

Met dank aan Klaas-Jan & Gerjanne voor de gastvrijheid en aan opa Lok voor het mooie verhaal.

De rietoogst wordt verwerkt

De rietzanger van gisteren herinnerde mij eraan dat ik enkele weken geleden nog een fotoserie heb gemaakt van het binden van het riet. Eerder dit jaar heb ik al aandacht geschonken aan het snijden van het riet en het kammen van het riet. Nu dus ter afsluiting van het rietseizoen nog wat foto’s van de laatste fase: het binden van het riet …

De rietsnijders hebben hun oogst intussen al enige tijd binnen. Rietsnijder Klaas-Jan heeft zijn oogst ondergebracht in een grote koepeltent op het erf. Daar is hij nu hard bezig om het riet te verwerken tot handzame bossen, waarmee de rietdekker vervolgens weer aan het werk kan …

Onlangs ben ik Klaas-Jan maar eens gaan opzoeken in zijn stoffige, maar wel voortdurend lekker doorwaaiende werkruimte …

Een centrale plek is weggelegd voor de rietbindmachine. Met behulp van deze machine maakt Klaas-Jan van die enorme berg grote bossen riet mooie werkbare bosjes met een standaard formaat. Naar aanleiding van een vraag van Willy op 17 april, kom ik morgen nog terug op het formaat van die bosjes riet …

In foto’s ziet het binden van het riet er ongeveer als volgt uit …

– wordt vervolgd –