Mossen en varens

Nadat ik het bruggetje achter me had gelaten, had ik weer enige tijd vaste grond onder mijn voeten, zoals dat bij de meeste paden gebruikelijk is. Al snel werd het het pad echter vervangen door een vlonderpad dat er al jaren ligt …


Dat is op zich geen probleem, maar echt breed is dat vlonderpad niet. Ik loop dan wel een stuk stabieler dan een halfjaar geleden, maar op een pad van drie planken breed voel ik me toch niet echt op mijn gemak. En dat werd er niet beter op, toen ik halverwege het eerste deel van het pad, (foto linksonder) achter me meerdere keren het langgerekte ‘kieuwww … kieuwww’ van de buizerd hoorde. Ik bleef even staan en draaide me voorzichtig om. Er cirkelden twee buizerds boven me. Vlak voordat ik er een foto van kon maken, naderde er vanaf de andere kant een wandelaar. “Moai no …,” zei hij. Gelukkig kon ik me vasthouden aan een berkje langs het pad, terwijl we langs elkaar schuifelden …

Het vlonderpad, dat uit meerdere delen bestaat, voert door een moerasachtig deel van het gebied. Het is een plek waar vooral varens en diverse mossen het goed doen …

De wortels van struikgewas dat gewend is het de voeten in het water te staan vormen in drogere tijden mooie plekjes waar mossen zich kunnen vestigen …

Ik sluit dit deel vandaag af met een klein natuurlijk stilleven. Morgen bereiken we het eindpunt …


wordt vervolgd

Een drijvend bruggetje

Aan het eind van het pad langs het eerste petgat gekomen, kon ik maar één kant op: linksaf over het korte bruggetje naar het tweede petgat …


Daar kon ik kiezen uit twee mogelijkheden. Ik kon meteen linksaf slaan en dan langs het tweede petgat terug naar de parkeerplaats lopen. Dat was de kortste en makkelijkste route. De tweede keuze was om het tweede petgat over te steken over het nieuwe bruggetje …

Ik koos voor de derde optie: eerst maar even lekker zitten op het bankje, dat ’s zomers lekker in de schaduw staat en nu in half zon, half schaduw. Daar vandaan kon ik mooi een blik werpen op het nieuwe bruggetje. Het mag volgens Staatsbosbeheer overigens niet meer de naam bruggetje hebben, het wordt nu een drijvend vlonderpad genoemd …

Hoe dan ook, er was weer een mogelijkheid om het petgat over te steken en daar moest ik dan maar gebruik van maken. Zacht wiebelend liep ik, kleine golfjes veroorzakend, naar de overkant. Halverwege heb ik nog even halt gehouden om een paar foto’s te maken …

Wiebelend en wel kwam ik aan de overkant, dat kon ook weer afgevinkt worden. Dan nu via het bekende pad terug naar af. Dat was ook nog wel even een uitdaging …


– wordt vervolgd

Terug in De Deelen

Vorige week woensdag was het een stralende dag in Fryslân. Ik besloot onder een strakblauwe hemel een fotokuier te maken in De Deelen. Sinds ik in januari 2019 ontdekte dat het bruggetje over het tweede petgat in onbruik was geraakt, had ik daar geen echte kuier meer gemaakt. Deze dag had ik er zin in om het weer eens te wagen. En ik was niet alleen, ik werd vergezeld door de lange donkere man …


Terwijl ik langs het eerste petgat aan de wandeling begon, zag ik in de verte een grote zilverreiger op het paadje staan. Op de foto linksonder is hij slechts als een klein wit stipje te zien, op zo’n moment komt de sterke zoomlens weer goed van pas …

Het duurde niet lang voordat de zilverreiger mij ook zag. Hij liet me niet veel dichterbij komen en zocht al snel zijn heil aan de andere kant van het petgat. Daar ging hij op een grote pol zitten …

Op dat moment passeerden toevallig ook de heer en mevrouw grote zaagbek. Hij zwom voorop, maar zij maakte beter gebruik van het licht om netjes op de foto te komen …

Ik naderde intussen het eind van het pad langs het eerste petgat. Daar kreeg ik zicht op het bruggetje aan de andere kant van het Alddeel (Google Maps). Dat zou voorlopig nog wel buiten mijn bereik blijven. Maar dat maakt niet uit, ik was al lang blij dat ik dit punt na jaren weer had gehaald …


wordt vervolgd

Oog in oog met een sperwer

In deze fotoserie van de sperwer, die ik vorige week vrijdag bij Jetske in de tuin kon maken, heb ik wat gespeeld met de chronologie. Gisteren liet ik hier al foto’s zien van een sperwer, die in een boom in de tuin van mijn fotomaatje Jetske zat. Daar begon het echter niet mee. Toen Jetskes’ man ons waarschuwde dat er een roofvogel in de tuin zat, zat de sperwer in eerste instantie op de grond. Toen ik even later mijn camera in de aanslag had, vloog hij kort op om achter het voederhokje op de coniferenheg te landen …


Tot mijn geluk bleef hij niet achter het hokje zitten, maar schoof hij een half metertje naar rechts. Daar bleef hij ruim een halve minuut zitten. Mede dankzij Jetskes’ smetteloos schone ramen kon ik hem van korte afstand prachtig in beeld vangen …


Het was een bijzondere ervaring om even oog in oog te zitten met deze prachtige vogel. Echt een geweldig moment. Zoals bij alle roofvogels het geval is, heeft ook de sperwer fascinerende ogen om naar te kijken. Maar ook zijn tekening is van dichtbij de moeite waard …

Pas na zo’n 40 seconden vond hij het welletjes. Hij vloog opnieuw op en landde ditmaal een paar meter hogerop in de boom. Hoewel dat ook mooie foto’s opleverde, vond ik de foto’s op de heg toch net wat mooier. Dat alles bij elkaar was voor mij voldoende reden om de volgorde maar even aan te passen. Het is als met eten, zeg maar, ik bewaar graag het lekkerste hapje voor het laatst …


Zo werd het ziekenbezoek toch nog een gezamenlijke fotodag, want natuurlijk heeft ook Jetske deze kans aangegrepen om een serie van de sperwer te maken: ‘Sperwer.’

Een sperwer in de boom

Mijn fotomaatje is sinds de jaarwisseling aan huis gebonden vanwege rugproblemen. Omdat onze veertiendaagse fotokuier niet door kon gaan, ben ik vrijdagochtend even met een bloemetje bij haar op bezoek geweest. Terwijl we rustig zaten bij te praten, zei Jetskes’ eega op een bepaald moment: “Jongens, er zit een roofvogel in de boom …”


Zoiets hoef je tegen Jetske en mij maar één keer te zeggen. Meestal spat Jetske in een dergelijke situatie meteen bliksemsnel overeind om haar camera te grijpen en in actie te komen. Omdat ze vanwege haar blessure nu wat voorzichtiger en daardoor trager reageerde, stond ik ditmaal net wat eerder met de camera in de aanslag dan Jetske. Maar wees gerust, zoals we dat al jaren gewoon zijn, hebben we ook dit prachtige onderwerp weer netjes gedeeld …

Het was in één oogopslag duidelijk dat we hier te maken hadden met een sperwer, die even kwam kijken of er nog iets te smikkelen viel bij de voederplekjes in de tuin. De kleine vogeltjes waren echter al lang gevlogen. In onze eigen tuin heb ik in maart 2012 eens een sperwer kunnen betrappen op het plukken van een gevangen prooi, maar die ging er al na twee foto’s vandoor. Deze sperwer gaf ons alle gelegenheid om hem tamelijk deftig te portretteren …

  • morgen nog meer (en mooiere) foto’s van de sperwer

Een mistig begin

Mijn eerste fotokuier heb ik dit jaar net als in 2022 op 3 januari gemaakt in de Jan Durkspolder. Het grootste verschil was, dat het toen helder en zonnig was, terwijl er nu mist boven de polder hing …

Het leek me niet zinvol om in de vogelkijkhut te gaan zitten, daar zou waarschijnlijk weinig te zien zijn. Daarom maakte ik even een wandeling over de Westersânning (Google Maps)

Het was ook in dit mistige sfeertje weer een prima plekje om het jaar te beginnen. En ik was niet de enige die er zo over dacht …

IJsvogels en weergrafieken

Ik sluit mijn terugblikken op 2022 af met nog vier grafiekjes, waarin het weerbeeld van 2022 kort en krachtig is samengevat. Omdat het ijsvogelpaar vorig jaar een tijdlang een glansrijke hoofdrol speelde, krijgen ze hier de kans om nog een keer te schitteren.

Om te beginnen nog een keer de gemiddelde temperaturen per maand in 2022 (rood) vergeleken met de maandtemperaturen over de periode 1971-2000 (blauw). De grafiek wordt geflankeerd door meneer IJsvogel …

Met landelijk gemiddeld 729 millimeter was 2022 droog. Van de officiële neerslagstations was Terschelling het natste station met 856 mm. Meteo Afanja wist dat nog met 41 mm te overtreffen (donkerblauw). Naast de neerslaggrafiek staat mevrouw IJsvogel te glanzen …

In de derde grafiek is een overzicht te zien van het aantal ijsdagen tot het aantal tropische dagen en wat daar zoal tussen zit. Naast de grafiek heeft meneer IJsvogel zijn eega net verrast met een vis van formaat …

De laatste grafiek toont de gemiddelde temperaturen per jaar over de periode 2003-2022 in onze tuin (rood) en bij het KNMI in De Bilt (geel). Conclusie: het was een warm jaar, maar in 2020 was het nog net wat warmer. De gemiddelde temperatuur is in onze tuin gestegen t.o.v. de periode 1971-2000.

Of de hierboven getoonde vis doorslaggevend was, weet ik niet, maar ongeveer anderhalf uur later kreeg ik de kans om de paring van het stel in beeld te brengen. Of dat uiteindelijk ook heeft geresulteerd in een nestje jonge ijsvogels, dat weet ik dan weer niet, want vanwege te hoge temperaturen heb ik mijn observaties op een bepaald moment moeten staken …

Tot slot

De ijsvogels komen op korte termijn nogmaals terug maar dan in de vorm van een korte videofilm, die ik momenteel aan het monteren ben. Het weggooien van beelden is hierbij een kunst die nogal wat tijd vergt.