Terug naar normaal

Na 48 blogjes over drie dagen in de Waddenregio is het tijd om weer eens wat andere onderwerpen voorbij te laten komen. Terug naar normaal dus eigenlijk. Zoals te doen gebruikelijk was, kan dat weer van alles zijn. Zo zal er weer wat vaker een landschapje uit mijn eigen rayon te zien zijn …

Maar ook beestjes zullen er wel weer voorbij komen. Wat te denken van die hele grote slak, die ik samen met het allerkleinste slakje ooit kon fotografeerde. Of gewoon eens een neergedwarreld herfstblad in de tuin…

Als het zo uitkomt, kun je hier zelfs enige dichterlijkheid in herfsttinten aantreffen …

Wetend dat november in diverse opzichten vaak niet mijn beste maand is, heb ik voor alle zekerheid wel een ruime collectie ‘dijkzichten’ uit de periode 2003-2021 bijeengezocht in mijn digitale archief. Die houd ik voorlopig achter de hand. Want hoe het jullie vergaat, weet ik niet, maar zelf ben ik nog steeds niet uitgekeken op die streek …

Nu het met Corona weer helemaal de verkeerde kant op gaat en onze premier nog steeds alleen met holle woorden kan regeren, sluit ik zelfs niet uit, dat ik zo af en toe eens met wat modder ga gooien …

’t Is maar dat u het weet.

Geen vogels, wel F-35 gebulder

Ze waren mooi, maar ook behoorlijk hinderlijk, die uitgebloeide zeeasters. Ik zat al snel onder de pluisjes die aan mijn kleren plakten, terwijl Jetske in haar speciale natuurtenue nergens last van had …

Hoe dan ook, voor die pluisjes waren we niet voor gekomen. Vol goede moed zoomde Jetske nog maar eens in op de verte …

Ja warempel, daar waren ze … in de verste verte zagen we de kluten en hier en daar een andere Wadvogel zitten. Te ver om er echt iets mee te kunnen, maar Jetske had ze nu in lek geval kunnen zien …

Wat er verder vooral ook was, was het gebulder van F-35’s. In het logje ‘Stilte versus geluidsoverlast’ vertelde ik al dat er twee F-35’s laag over vlogen, terwijl wij op de kruin van de dijk stonden. Die waren op weg naar de vliegbasis Leeuwarden, daardoor zwakte het geluid relatief snel af.

Op de dag waarop Jetske en ik op de kwelder zaten, kregen we ze niet te zien. Maar wat we deze dag boven het Wad hoorden was vele malen erger. Je kon regelmatig minuten lang het sonore gebulder van de JSF’s horen. Echt gruwelijk! En dat gaat dagelijks zo door boven het Waddengebied, ons grootste stiltegebied en UNESCO Werelderfgoed nota bene. Het is om te janken. Enfin, luister en huiver …

Omdat de vogels ondanks het aanhoudende gebrom bleven waar ze waren, besloten wij uiteindelijk maar te gaan. Nadat we onze spulletjes bij elkaar hadden gezocht, liepen we terug naar de dijk. Zelfs de schapen waren daar intussen verdwenen …

Update:

Momenteel is het relatief rustig in de lucht. Acht van de 13 JSF’s die in Leeuwarden gestationeerd zijn, zitten met 165 man aan grondpersoneel een week of zes in de V.S. voor specifieke trainingsdoeleinden. Vliegbasis Leeuwarden is in principe gesloten, maar toestellen van de vliegbasis Volkel blijven hier wel hun oefenrondjes maken.

Beter één vogel …

Daar had ik dus even geen rekening mee gehouden, en Jetske als iets meer ervaren vogelaar blijkbaar evenmin … laag water …

Er was zelfs in de verte geen vogel te zien. Van lieverlee richtte Jetske haar camera maar eens op de pluisjes van de uitgebloeide zeeasters en op het waddenslik.

Nou ja, één vogel liet zich wel even mooi zien …

Deze vogel kwam even in een mooie passage voorbij. Ik denk, dat het een bruine kiekendief is …

Daar bleef het echter niet helemaal bij …

Schaapachtige boa heeft ’t nakijken

De volgende stop was bij de buurtschap Koehool (Google Maps), het kleine vissersdorpje waar na de dijkverhoging van de jaren ’70 nog maar een paar van de originele huisjes zijn overgebleven …

Jetske had het verhaal van ‘de Waadfisker’ natuurlijk al gelezen op mijn blog, maar foto’s van het monument had ze er nog niet gemaakt. Dat heeft ze bij deze gelegenheid wel goedgemaakt …

Omdat ik het beeld en het verhaal al kende, ging mijn aandacht op dat moment vooral uit naar de andere kant van de weg. Daar speelde zich wel een aardig tafereeltje af …

Een vriendelijk groetende wandelaar liep samen met zijn niet aangelijnde hond de dijk op. Daarbij negeerde hij twee borden waarop te lezen was dat honden alleen aangelijnd de dijk op mogen. Dat is op zich tot daar aan toe, maar ik vond het vooral lullig dat hij ook de schaapachtige boa bij ’t hek het nakijken gaf …

Nadat Jetske in fotografische zin rond ‘de Waadfisker’ aan haar trekken was gekomen, besloten we een stukje verderop nog even een kijkje te nemen bij het witte gebouwtje, dat in de verte tegen de dijk lijkt te zijn aangeplakt …

Het zwarte schaap

De kudde schapen die ons in het blogje van gisteren in volle vaart tegemoet kwam sjokken bestond uit twee delen. Op de laatste foto van gisteren waren de schapen te zien die over de weg liepen. Een ander deel liep over de zeedijk. Daar boven op de dijk zag ik een zwart schaap lopen. Jetske had aan een enkel woord en mijn wijzende hand genoeg om de auto opnieuw in de berm te zetten …

Het zwarte schaap deed me meteen denken aan ‘Het schaap Veronica’ van Annie M.G. Schmidt. Zij schreef in de loop van ruim zevenenhalf jaar (14 januari 1950 – 10 augustus 1957) 76 gedichten over dit fictieve, sprekende schaap. Hier kun je ‘Het hele schaap Veronica’ lezen …

Zelf had ik in mijn jonge jaren eerlijk gezegd meer met het zwarte schaap Veronica. Daarbij gaat het om het sprekende schaap, maar om de toenmalige piratenzender Veronica, het zwarte schaap onder de radiozenders

Het blijft een bijzonder beeld zo’n zwart schaap tussen al die blondines. Zo statig als de kudde hier op de zeedijk aan ons voorbij trok, was het helemaal een mooi plaatje …

Daar gaat ze, dat ene zwarte schaap, samen met de rest van de kudde trok ze verder westwaarts. Jetske en ik vervolgden onze weg in oostelijk richting …

Bij de Dyksputten

De volgende stop vond plaats bij één van drie zogenaamde ‘dyksputten’ (Google Maps). Aan de rand van de zeedijk liggen oude kleiputten, dyksputten genoemd in het Fries. De dyksputten zijn overblijfselen van de kleiwinning eind 18e, begin 19e eeuw. De opgegraven klei werd gebruikt voor de ophoging van de toenmalige zeedijk. De eerste dijkjes werden hier al rond 1200 na Christus aangelegd met gebruik van plaggen (daar waren ze weer!) en zeewier. In de eeuwen daarna zijn die dijkjes regelmatig doorgebroken, weer hersteld en opgehoogd. Pas vanaf ongeveer 1500 was er sprake van een echte aaneengesloten zeedijk …

Na de afgravingen eind 18e, begin 19e eeuw bleven lage, aflopende graslanden over. De putten waren eerst 5 tot 7 meter diep, intussen zijn ze zo ver dichtgeslibt dat er nog maximaal 3 meter water staat. In 1984 zijn de dyksputten overgedragen aan de provinciale natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea

Rond het water ontstonden kleine strandjes. Plevieren en strandlopers maken dankbaar gebruik van deze strandjes tijdens hun speurtocht naar voedsel. Bij vloed en slecht weer zijn deze putten geschikt als veilig toevluchtsoord voor de vogels die de onstuimige Waddenzee verlaten. Ze doen dan ook dienst als hoogwatervluchtplaatsen. En die zullen ze afgelopen week weer nodig hebben gehad, denk ik. Met springtij en een harde noordwesten wind, er zal veel water op de kust gestaan hebben …

Terwijl ik het mezelf gemakkelijk had gemaakt op dit bijzondere bankje, scharrelde Jetske zoals gebruikelijk wat in de omgeving rond. Nadat ze weer was opgedoken uit de slootkant, besloten we weer een stukje verder te rijden …

We zaten nog maar net in de auto of er kwam alweer een kudde schapen in volle galop voorbij gesjokt …

Een torenvalk op de zeedijk

In een kalm tempo reden we verder langs de zeedijk. Bij het zien van een verleidelijk op een paal zittende torenvalk liet Jetske de auto rustig uitrollen tot we naast de torenvalk tot stilstand kwamen. Tegelijkertijd en had ze het raampje aan haar kant zachtjes naar beneden laten suizen, zodat ik de kans kreeg om de torenvalk netjes te fotograferen. Wonderlijk genoeg wilde de vogel daar zelf ook wel even aan meewerken …

Jetske had pech, haar camera lag onhandig ver weg achter in de auto. Een moeizame poging om het apparaat te bereiken had tot gevolg dat de vogel zich van zijn paal verhief om iets verderop in het gras neer te strijken. Ook daar bleef hij voor Jetske niet lang genoeg zitten …

Zodra de vogel was gevlogen kon Jetske haar camera pakken en op een wat handiger plekje wegleggen. De houten paal met porseleinen potjes die we vervolgens aan mijn kant van de weg aantroffen, was voor Jetske onvoldoende aanleiding om ook meteen gebruik te maken van haar nu voor het grijpen liggende camera, meen ik me te herinneren …