Vorige week zaterdag heb ik samen met mijn fotomaatje Jetske een paar uurtjes op en rond het ijs doorgebracht. We besloten eerst maar eens bij de Headammen te kijken. Dat is de locatie die ik begin februari in het logje ‘Wachtend op de winter’ al omschreef, en waarvan ik verwachtte dat we er de eerste schaatsers zouden zien. Toen we bij Opeinde over de brug kwamen, zag ik dat alleen eenden en wat meeuwen zich op het ijs van het Opeinderkanaal waagden …

Op de Wolwarren maakten we een korte tussenstop om een paar foto’s te maken van de windmotor bij de ijsvlakte waar we 5 jaar geleden samen op de valreep een paar schaatsers hadden gefotografeerd. Nu was de maagdelijk witte vlakte leeg. Kijkend daar de stroom auto’s die ons tegemoet kwam, vermoedde ik dat dit de vroege schaatsers waren, die terugkeerden vanaf de Headammen …
Korte tijd later zagen we dat de gemeente Smallingerland het parkeren uitstekend had geregeld om een chaos op en langs de smalle weg te voorkomen. Nadat een vriendelijke verkeersregelaar ons een plekje had gewezen, gingen we te voet op weg naar het ijs …
Niet veel later bereikten we de Aldheadamsleat in Nationaal Park de Alde Feanen. Eenmaal voorbij het bordje ‘Rustgebied’ was het even gedaan met de rust. Maar wat was het een mooie – tijdelijke – verstoring van de rust …

– wordt vervolgd –


Ik vervolgde mijn rondje om eens te zien of er in de buurt van de grote gaswinningslocatie dichter bij Earnewâld ook al ooievaars terug waren. Het was onvoorstelbaar, maar vrijwel alle paalnesten – en dat zijn er zeker een stuk of 10 – waren al bezet. Verder zwierven er in de omgeving enige ooievaars rond, die vooral in hooi- en rietlanden hun kostje bijeen probeerden te scharrelen. Kortom: de ooievaar is terug, oftewel in goed Fries: de earrebarre is der wer …











