Skywatch Friday 468

Een stemmige zonsondergang uit het archief …

A moody sunset from the archive …

Nog hoog in de lucht …

Still high in the sky …

Maar ook laag op het wateroppervlak …

But also low on the water surface …

Wil je meer Skywatch foto’s zien? Gewoon even op het logo klikken …
Wanna see more Skywatch photos? Just click the logo …

Skywatch Friday

Prettig weekend!
Wishing you all a wonderful weekend!

2 x 33 = 46(?)

Van het Weerribbenriet worden bosjes met een omtrek van 46 cm gemaakt. Willy vroeg zich in april af waar dat getal 46 vandaan komt. Daar wist ik op dat moment het antwoord niet op te geven, en de beide rietsnijders in Jetskes’ familie wisten het evenmin. Daarom ging Klaas-Jan te rade bij zijn leermeester, opa Lok …

Klaas-Jan werd als klein kind al door zijn opa meegenomen naar het rietland, en daar komt zijn liefde voor dit werk dan ook vandaan. Opa Lok vertelde dat de maat van een bosje riet in de Weerribben sinds ongeveer 70 jaar 46 cm is, daarvoor was het 33 cm …

In de regionale rietvereniging is rond 1950 afgesproken om van bosjes van 33 cm over te stappen naar bosjes van 46 cm. “Twee bosjes van 33 cm zijn samen 46 cm,” aldus opa Lok. Dat betekende om te beginnen tijdwinst voor de rietsnijder, want hij hoefde vanaf dat moment maar de helft van het aantal bosjes te maken. Omdat het riet toen nog met twijg gebonden werd, betekende het ook dat er minder twijg nodig was …

Om te controleren of deze redenering van opa Lok klopt, besloot Klaas-Jan om twee bosjes van 33 cm te maken. Dat viel nog niet mee wanneer je gewend bent om op gevoel altijd bosjes van 46 cm te maken, maar uit eindelijk lukte het. Nadat Klaas-Jan die bosjes vervolgens uiteen had getrokken, maakte hij van die twee bosjes weer één bos. Bij meting bleek de nieuwe bos net wat te dik te zijn: ruim 47 cm. Omdat zowel de centimeter als de rietstengel in die 70 jaar geëvolueerd kunnen zijn, ben ik geneigd om de som en de redenering goed te rekenen … 😉

In de onderstaande video laat Klaas-Jan nog even zien hoe hij van die twee bosjes één net wat te dikke bos maakt. Tot slot wist hij zijn opa te verleiden om ‘voor de film’ nog eenmaal een bosje riet te maken. Ook dat viel nog niet mee, want na verloop van jaren vloeit de ervaring toch langzaam weg. En het werken met zo’n moderne bindmachine was opa Lok al helemaal vreemd. “Maar om die rietstengels in je hand te hebben, dat blijft een mooi gevoel,” aldus opa Lok …

Ter aanvulling: in de bovenstaande video lijkt het alsof opa Lok alleen een snoepje aan zijn achterkleinzoon geeft. Maar ik kan getuigen dat zijn achterkleindochter haar lekkers al eerder had gekregen.

Met dank aan Klaas-Jan & Gerjanne voor de gastvrijheid en aan opa Lok voor het mooie verhaal.

De rietoogst wordt verwerkt

De rietzanger van gisteren herinnerde mij eraan dat ik enkele weken geleden nog een fotoserie heb gemaakt van het binden van het riet. Eerder dit jaar heb ik al aandacht geschonken aan het snijden van het riet en het kammen van het riet. Nu dus ter afsluiting van het rietseizoen nog wat foto’s van de laatste fase: het binden van het riet …

De rietsnijders hebben hun oogst intussen al enige tijd binnen. Rietsnijder Klaas-Jan heeft zijn oogst ondergebracht in een grote koepeltent op het erf. Daar is hij nu hard bezig om het riet te verwerken tot handzame bossen, waarmee de rietdekker vervolgens weer aan het werk kan …

Onlangs ben ik Klaas-Jan maar eens gaan opzoeken in zijn stoffige, maar wel voortdurend lekker doorwaaiende werkruimte …

Een centrale plek is weggelegd voor de rietbindmachine. Met behulp van deze machine maakt Klaas-Jan van die enorme berg grote bossen riet mooie werkbare bosjes met een standaard formaat. Naar aanleiding van een vraag van Willy op 17 april, kom ik morgen nog terug op het formaat van die bosjes riet …

In foto’s ziet het binden van het riet er ongeveer als volgt uit …

– wordt vervolgd –

’t Riedeltje van de Rietzanger

Sinds enige tijd zit er regelmatig een vogeltje luidkeels te zingen in een struikje vlak bij de plaats waar ik mijn auto parkeer wanneer ik naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder ga. Een week of twee geleden ben ik hem maar eens op gaan zoeken. Afgaand op zijn uiterlijk en zijn zang, denk ik dat het een rietzanger is, die vanuit dit struikje zijn territorium overziet en bewaakt …

Tijdens de fotokuier die ik vorige week woensdag in de Jan Durkspolder maakte met mijn fotomaatje Jetske, zat hij ook weer op zijn plekje. Jetske was ook erg enthousiast over deze kleine zanger, zo valt vandaag op haar weblog te lezen in het logje “Rietzanger zing het hoogste lied”

Hoewel de wind het met zijn vrijwel altijd storende windgeruis en ferm heen en weer zwaaiende takjes en twijgjes niet echt gemakkelijk maakte, heb ik vanwege het fraaie lied van deze zanger toch maar even een filmpje gemaakt. Let er ook even op hoe hij zonder noemenswaardige onderbreking tussendoor even een smakelijk vliegje vangt …

Roodoogjuffer op gele plomp

Nadat we in de vogelkijkhut hadden genoten van de show van ‘De lepelaar met zijn mooie vangst’, stelde ik Jetske voor om nog even een stukje in westelijke richting over het schelpenpad ‘de Geau’ te lopen. Een lange kuier zouden mijn onderdanen me niet toestaan, maar het leek me wel goed om nog even de benen te strekken …

Dat bleek al snel weer een goede keuze te zijn. Omdat ik het dichtst naast de vaart liep, had ik tussen het rietkraagje door af en toe goed zicht op het wateroppervlak. Zo viel mijn oog op zeker moment op een waterjuffertje op een blad van de gele plomp, een Pompeblêd zoals we dat hier noemen …

Dichterbij komend en inzoomend met de camera, zag ik dat het een roodoogjuffer was. Ik laat even in het midden of het een Kleine roodoogjuffer was of een Grote roodoogjuffer, daarvoor zijn de verschillen voor mij te gering. Ik vond het in ieder geval weer een mooie vondst …

Zowel Jetske als Aafje spreken op gezette tijden hun zorg uit wanneer ze mij ergens aan de waterkant zien rondscharrelen of wanneer ik balancerend een of andere hindernis neem. Maar Jetske kan er bepakt en bezakt met haar drie camera’s ook wat van …

Ecokathedrale fotokuier 16

Na de wat triest ogende Vijftiende Ecokathedrale Fotokuier, waarmee we de herfst in gingen, gaan we in deze Zestiende Ecokathedrale fotokuier weer fleurig en vol goede moed het voorjaar tegemoet.

Bij het betreden van het terrein viel meteen op dat er een nieuwe toegangspoort stond. En niet zomaar een poort. Aan weerszijden van het pad stonden twee enorme stapels tegels, die aan de bovenzijde taps naar elkaar toelopen. Hoewel het er zoals bij de meeste grote bouwwerken in de Ecokathedraal tamelijk degelijk en betrouwbaar uitziet, bekroop me toch even een wat beklemmend gevoel toen ik er door liep. Maar wat een imposant bouwwerk!

In het vervolg van deze fotokuier is mooi te zien hoe een keur aan kleurrijke voorjaarsbloeiers de Ecokathedraal weer een vrolijke en frisse uitstraling geeft …

Lepelaar met ’n mooie vangst

Woensdagmiddag heb ik samen met mijn fotomaatje enige tijd in de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten. Het was er rustig. We deelden de hut met een in- en uitvliegende boerenzwaluw, die er een nestje had. Rond de hut waren in eerste instantie alleen wat eenden te zien, totdat er na enige tijd een lepelaar op het toneel verscheen …

Rustig rondstappend begon hij met zijn grote lepel over de bodem schrapend te foerageren. Het duurde niet lang, voordat hij zijn stap versnelde en zijn kop in hoger tempo van links naar rechts happend over de bodem draaide …

We wisten even niet wat we zagen. De lepelaar maakte er een prachtige show van. Al snel draafde hij min of meer dansend door het water. En niet alleen dat, met ferme vleugelslag zijn evenwicht bewarend, zocht hij ook de diepte op …

In fotografisch opzicht kwam het hoogtepunt voor mij net even later, toen de leppelbek weer ‘op normale wijze’ foeragerend voortschreed. Maar eerlijk is eerlijk: hoe mooi de vangst was, zag ik pas toen ik de beelden later op de middag op de pc bekeek. 🙂
Ik heb er maar weer een diashowtje van gemaakt …

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.