Met Tijmen bij Hegebeintum

“Als dat de hoogste terp van Fryslân is, dan is hij toch echt niet zo heel hoog …,” zei Tijmen toen we Hegebeintum in zicht kregen. Dat deed mij, nadat ik de auto had geparkeerd, besluiten om niet meteen via het weggetje omhoog te lopen, maar eerst naar de voet van het afgegraven deel van de terp te lopen …

Aan de voet van de terp aangekomen, bleek de terp toch hoger te zijn dan Tijmen in eerste instantie vermoedde. De Waddendijk waar we eerder die dag waren, is 7.50 m hoog, de terp van Hegebeintum is 8.80 m hoog. Oorspronkelijk was de terp 9,5 hectare groot, met een doorsnee van ca. 300 meter. Tegenwoordig is de terp een stuk minder groot, alleen de kerk en enkele huizen staan er nog op. Na 1800 zijn veel terpen geheel of gedeeltelijk afgegraven vanwege de zeer vruchtbare grond, die goed kon worden gebruikt in de landbouw …

“Als jij nou omloopt, dan ga ik via de kortste weg naar boven,” zei ik met een knipoog tegen Tijmen. Ik was al halverwege, toen hij vroeg: “Durf jij dat dan wel, pake …?” Terwijl ik even op één van de boomstammetjes ging zitten, klauterde Tijmen me achterna. Kwajongens onder elkaar, zullen we maar zeggen …   😉

Boven gekomen kwamen we na een niet al te lange wandeling bij de kerk aan. Op mijn voorstel om een rondje rond de kerk te lopen, vroeg Tijmen of dat zomaar mocht, het hek zat tenslotte dicht. Keurig toch!?
Het hek draaide soepel open, nadat ik de sluiting omhoog had gedraaid …

Terwijl we aan ons rondje om de kerk begonnen, legde ik Tijmen uit dat een kerkhof of een begraafplaats vrij toegankelijk is als het hek niet op slot is. Voorwaarde is natuurlijk wel dat je je er gedraagt. Maar dat was logisch, zei Tijmen. Af en toe bleven we even staan om één van de uiteenlopende grafstenen of andere ornamenten te bekijken. Harrie lag er ook nog. Nadat we hem een stille groet hadden gebracht en ons rondje hadden voltooid, verlieten we het kerkhof …

We daalden de terp af via de gebruikelijke toegangsweg naar de terp. Die toegangsweg is sinds ongeveer anderhalf jaar voorzien van 25 stenen met de namen van invloedrijke adellijke oud-bewoners van Harsta State, het oude en voorname woonhuis ten oosten van de terp. Wij lieten de adel voor wat ze was en vervolgden onze weg naar de auto. op naar de volgende, tevens laatste stopplaats …

– wordt vervolgd –

Met Tijmen bij ’t Dijktempeltje

Rond het middaguur kwamen we aan bij het “Tempeltje van Ids”, zoals dit kunstwerk in de volksmond wordt genoemd. De Tempel van kunstenaar Ids Willemsma staat op de Friese waddendijk, dichtbij het plaatsje Marrum. De Tempel is door Willemsma ontworpen in opdracht van het Wetterskip Fryslân ter gelegenheid van het op deltahoogte brengen van de Friese zeedijken in het kader van de landelijke Deltawerken. Het kunstwerk werd in 1993 onthuld. De kunstenaar noemt het werk zelf het presenteerblad van staal waardoor de dijk als het ware wordt opgetild.

Het tempeltje is onlangs gerestaureerd.
Wie meer wil weten over het Dijktempeltje kan daarvoor bij een oud logje terecht.

We troffen het niet echt met het weer. Het was met ongeveer 15 graden weliswaar niet koud voor de tijd van het jaar, maar het was grijs en nevelig waardoor we vanuit het tempeltje geen mooi en weids zicht over het buitendijkse land kregen voorgeschoteld. Borden aan de voet van de dijk met de tekst “Doe mee – Verlos de Zee” maakten duidelijk dat we hier dicht bij zee moesten zitten, de Waddenzee in dit geval. Maar zee was er in geen velden of wegen te zien, en dat vond Tijmen maar raar. “Waarom ligt er midden in het land zo’n hoge dijk,” vroeg hij zich af …

We lieten het tempeltje achter ons en liepen een stukje in westelijke richting naar de kruin van de dijk. Daar wees ik Tijmen op een aantal dobben in het buitendijkse land, dat hier het Noorderleech wordt genoemd. In november 2006 raakte een groep van bijna tweehonderd paarden tijdens een storm bij één van die dobben door de harde wind en het hoge water ingesloten. Het zeewater stond ruim anderhalve meter diep om de verhoogde ringvormige aarden wal heen …

Er werd een grote reddingsoperatie op touw gezet, waarbij zelfs het leger met 50 man sterk werd ingezet. Alle pogingen van militairen en andere hulpverleners om de paarden vandaan te halen strandden echter. Vier jonge vrouwen uit de buurt kregen het op drie november wel voor elkaar. Het water was inmiddels al wat gezakt. De vier amazones reden op hun paarden door het water naar de dobbe toe, waarna de paarden op de dobbe in een langgerekt lint de ‘lokpaarden’ terug volgden naar de zeedijk. Een laatste paard werd opgehaald door een groep van redders, omdat die niet zelf kon oversteken. Dat dier heeft het uiteindelijk niet gered. Uiteindelijk hebben zo’n twintig paarden het buitendijkse avontuur niet overleefd.

Toen ik vertelde dat de reddingsactie van de vier jonge vrouwen epische beelden had opgeleverd, haalde Tijmen meteen zijn mobieltje tevoorschijn om alvast eens te kijken of dat op YouTube te vinden was …

Nog onder de indruk van de reddingsactie draaiden we ons om en wierpen een blik over het land dat veilig achter de dijk ligt. Het was Tijmen inmiddels duidelijk waarom die hoge dijk daar lag.
“Daar in de verte ligt Leeuwarden, niet eens zo ver weg. Bij goed weer kun je de flats vanaf de Seesykstertoer goed zien. Wat zouden we zonder die dijken moeten met het oog op de stijgende zeespiegel …?” zei ik tegen Tijmen.
“Weer op terpen wonen,” antwoordde Tijmen, “en daar moet ik binnenkort een scriptie over maken …”

“Dat komt mooi uit,” zei ik, “ben je wel eens op de hoogste terp van Fryslân geweest?”
Daar was Tijmen nog nooit geweest, en dus werd dat de derde stop van ons gezamenlijke uitstapje.

– wordt vervolgd –

Met Tijmen bij ’t Set

Volgens mij was het op Aafjes’ verjaardag, dat Tijmen zich liet ontvallen dat hij onze fotokuiertjes eigenlijk wel een beetje miste. Omdat het met mij op dat moment stilaan weer wat beter ging, besloot ik meteen de koe bij de horens te vatten. “Als het in de herfstvakantie goed weer is, bel ik je in het weekend daarvoor om wat af te spreken,” zei ik tegen hem.

Zo gezegd, zo gedaan. En dus haalde ik Tijmen donderdagochtend rond half elf van huis om weer eens samen op pad te gaan. Op mijn vraag of hij zijn camera bij zich had, keek Tijmen me eens met een betekenisvolle blik aan, en zei dan: “Daar heb ik tegenwoordig mijn telefoon voor, pake, dan heb ik altijd alles bij me.” Daar had ik niet van terug natuurlijk, want het zou best eens kunnen dat de camera die telefoon aan boord heeft, scherpere foto’s maakt dan mijn camera …

We hadden het meteen gezellig samen en onderweg naar de eerste stop praatten we bij over wederzijdse ditjes en datjes. De eerste stop had ik gepland bij ’t Set (kaart Google Maps), een rustige locatie aan de noordwest kant van de Ryptsjerksterpolder. Daar staat aan het eind van een niet te lang, smal paadje een bankje met uitzicht over de Sierdswiel …

Veel viel er niet te zien, maar zodra er in de verte een zwanenfamilie in beeld verscheen, hadden we meteen weer gespreksstof. Dat die donkere zwanen waarschijnlijk net terug waren van een zonvakantie, daar hoefde ik niet meer mee aan te komen. Het schoolkind was duidelijk veranderd in een zelfbewuste tiener die zich niet zo snel meer iets op de mouw laat spelden …   😉

Terwijl we daar zo op het bankje zaten, bespraken we de invulling van de rest van de dag. Omdat ik de dag ervoor een tijdlang in de Ecokathedraal had rondgezworven, stelde ik voor om een paar korte kuiertjes te maken op verschillende plekken. Dat leek me beter dan één langere kuier, en daar kon Tijmen zich wel in vinden. Wat mij betreft zou de volgende stop bij het Dijktempeltje op de Waddendijk bij Marrum zijn. Dat leek Tijmen ook wel want, want daar was hij nog nooit geweest …

– wordt vervolgd –

Op pad met Tijmen

Onze kleinkinderen raakten al van jongs af aan vertrouwd met mijn camera. Het duurde dan ook niet lang voordat Tijmen –  de oudste van de twee – zelf ook foto’s wilde maken. Op zijn vijfde kreeg hij de beschikking over het eerste oude digitale cameraatje van zijn ouders. Vanaf dat moment maakten Tijmen en ik regelmatig samen een fotokuiertje wanneer hij bij ons logeerde …

augustus 2014 – met Tijmen in het Weinterper Skar

Ons eerste fotokuiertje bracht ons in augustus 2011 naar de dobbe in het Weinterper Skar. Daar maakten we aan de waterkant allebei foto’s met fraaie weerspiegelingen. En wat is er mooier om na gedane arbeid samen met je kleinzoon op een bankje in de natuur te zitten. Gezellig samen kletsen over ditjes en datjes en tot verrassing van Tijmen een selfie te maken m. b.v. de afstandsbediening …

In maart 2012 maakten we samen een fotokuiertje in de Jan Durkspolder. Samen wandelden we door het rietland. Tijmen maakte op die dag voor het eerst kennis met het begrip ‘vogelkijkhut’ …

Een halfjaar later wandelden we samen over smalle paadjes en wiebelende bruggetjes langs en over de petgaten in de Deelen. Op één van die bruggetjes nam Tijmen alle tijd om het onderwaterleven in een ondiep petgat te bestuderen …

In mei 2014 maakten we op één dag twee wat kortere kuiertjes. We begonnen in het rietland bij Earnewâld. Daar zag Tijmen voor het een rietsnijder aan het werk. Vooral het verbranden van de ruigte vond Tijmen een spannende aangelegenheid. Onze tweede bestemming was het prieeltje aan de rand van de Leijen bij De Tike …

Mei 2015 waren we voor het eerst samen in de Ecokathedraal bij Mildam. Dat was me toch een vreemde, spannende wereld, vond Tijmen. Maar of het nu ging om stenen of om vlinders, bij alles wat hij wilde fotograferen, ging hij voorzichtig en geconcentreerd te werk

Juli 2015 trokken we opnieuw samen door De Deelen. Dit werd een dag waarop we ons vooral richtten op vlinders, juffers en libellen. Ook daar wist Tijmen knappe plaatjes van te maken …

Omdat ik vanaf 2016 steeds meer geplaagd werd door buikklachten, maakte ik steeds minder en kortere kuiertjes. Daardoor kwam de klad in onze gezamenlijke fotokuiertjes. Wetend hoe snel de belangstelling van tieners zich kan verleggen, was ik er al min of meer vanuit gegaan dat onze gezamenlijke kuiertjes wel voorbij zouden zijn. Niets bleek echter minder waar te zijn …

oktober 2019 – samen op een bankje …

– wordt vervolgd –

Een skûtsje als blikvanger

Voor het plan om een skûtsje als blikvanger bij de noordelijke toegangsweg tot Drachten te plaatsen heeft de gemeente contact gezocht met Haiko van der Werff, eigenaar van Scheepsbouw O.H. van der Werff, de vroegere werf Buitenstvallaat. Dit is de enige werf in Drachten die zich nog bezig houdt met authentieke zeilschepen . Van der Werff was ook verantwoordelijk voor de restauratie van het skûtsje ‘De Jonge Trijntje’, dat in 1909 door zijn ‘oerpake’ Jan Oebeles werd gebouwd, weer op de werf Buitenstvallaat …

Voor dit project is niet een geschikt skûtsje gevonden dat op één van de Drachtster werven is gebouwd. Die schepen zijn over het algemeen te gewild en te duur. Bovendien moest het een opknapper zijn. Uiteindelijk viel de keuze op de ‘Henderika’, gebouwd in 1914 bij Barkmeijer in Stroobos. Dit skûtsje was jarenlang privé-eigendom …

Het schip is een casco en gaat er in de wintermaanden een paar maanden af om gerestaureerd te worden. Dit gaat een paar jaar duren. Na elke fase komt het schip opnieuw op de rotonde. Op dit moment is Haiko van der Werff op zoek naar een groep enthousiaste mensen die middels een stichting het schip willen adopteren en restaureren. Het is de bedoeling om er gedurende een aantal jaren i.s.m. een school een soort leerwerkproject van te maken. Wanneer de ‘Henderika’ volledig gerestaureerd is zal er vanuit Drachten weer mee worden gevaren …

Een helling op een rotonde

Drachten kent van oorsprong een rijke historie wat betreft de bouw van skûtsjes. Een groot deel van de skûtsjes die tegenwoordig deelnemen aan de wedstrijden van de SKS en de IFKS is afkomstig uit Drachten. Er waren lange tijd vier werven die zich bezig hielden met de bouw van skûtsjes De Piip, De Lange Wyk, ’t Buitenstvallaat en De Dwersfeart

Om Drachten weer te verbinden met de Drachtster skûtsjehistorie van weleer heeft het skûtsje ‘Henderika’ begin september een ligplaats gekregen op het middeneiland van de vernieuwde turborotonde bij Nijtap. Het skûtsje is op een kopie van de oude dwarshelling van de werf Buitenstvallaat geplaatst …

Het skûtsje rust op vier karren, die symbool staan voor de vier Drachtster werven die skûtsjes bouwden. De namen van die werven zijn uitgesneden en verlicht, zodat ze ook in het donker te zien zijn. Aan de ene kant van het skûtsje is blauwe beplanting aangebracht die het water moet voorstellen …

Begin oktober heb ik op een zonnige dag al fotograferend een rondje om de rotonde gemaakt. Morgen rond ik deze serie af met nog wat foto’s en achtergrondinformatie …

– wordt vervolgd –

Een bijzondere scheepshelling

Het is her en der al genoemd in de reacties, de ‘Henderika’ ligt op een scheepshelling. Maar het gaat hier wel om een bijzondere scheepshelling op een speciale plek. Zaterdag en zondag in woord en beeld het hele verhaal erachter …

– wordt vervolgd –