Naar It Heechsân

Nadat ik een uurtje in de vogelkijkhut bij de Leijen had gezeten, zette ik koers naar It Heechsân (het Hoogzand in ’t Nederlands), een ritje van ongeveer 5 km. It Heechsân (Google Maps) is een buurtschap die 1,5 km ten noorden van het dorp Eastermar ligt. Oorspronkelijk lag hier de kern van het dorp Eastermar op een zandrug die ongeveer 3 meter hoger ligt dan de Leijen en het Burgumermeer ..


In de 13e eeuw werd er op It Heechsân een kerk met toren gebouwd. Klokken hingen er in het begin niet in de toren, die kregen plekje in een klokkenstoel. In de 16e eeuw verschoof de kern van Eastermar naar het zuidwesten tussen de Leijen en het Burgumermeer …


Het toegangshek van het kerkhof is voorzien van allerlei symboliek van tijd, dood en leven. Zo staat de schedel met gekruiste beenderen voor de kortstondigheid van het leven. De gekruiste zeisen zijn het teken van de dood, de grote maaier die oogst bij het levenseinde. De in zijn eigen staart bijtende slang staat voor het eeuwige leven. De gevleugelde zandloper verbeeldt de vervliegende tijd en het onvermijdelijk naderende stervensuur …

De bovenstaande informatie komt van het informatiepaneel dat aan de rand van het kerkhof staat. Morgen openen we het hek en maken we eens een rondje om de toren …

– wordt vervolgd

Waterhoen en meer gevogelte

Al snel nadat ik mijn blik over het hele meer had laten glijden, kwam er een waterhoen langs …


In tegenstelling tot de meerkoet zie ik het waterhoen hier maar weinig. Ik was dan ook blij met deze mooie passage …

Een stuk verderop vlogen even later een paar laagvliegende vogels voorbij. Zeker weten doe ik het niet, maar ik denk dat het een paar nonnetjes waren. Jammer dat ze snel weer uit zicht waren …


Korte tijd later naderde een klein groepje smienten de hut. De kleine vlootschouw werd afgesloten door een paar passerende slobeenden …

Ik ben deze serie gisteren begonnen met een foto van het onderstaande water in de richting van de vogelkijkhut en het rietland. Ik sluit af met een foto van dat water en de gesnoeide struik aan de overkant. In de verte stond de Afanja-mobiel klaar om me naar een fotogeniek plekje te brengen …

Langs het hoge riet

Vorige week woensdag was het mooi weer om weer eens een wandeling bij de Leijen te maken. Bij gebrek aan winterweer was ik er al een tijdlang niet meer geweest. Sommige plekken hebben met grijs en donker weer weinig te bieden, de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ (Google Maps) bij de Tike is voor mij zo’n plek …


Ik was nog mooi op tijd om over het paadje langs het manshoge riet in de richting van de hut te kunnen lopen. De lokale rietsnijder die dit rietland pacht was intussen begonnen om zijn materieel aan te voeren, had ik onderweg gezien. In de loop van deze week zal het rietland hier waarschijnlijk weer een haal ander beeld bieden. Dan zal het mooie wuivende riet, dat zich onder invloed van zon en wind steeds weer anders toont, tot op enkele centimeters boven de grond zijn verdwenen …

Aangekomen in de vogelkijkhut is dit het beeld door één van de geopende kijkluikjes. In de verte is het steeds verder uit elkaar vallende boomeilandje te zien …


Door wat verder voorover te buigen en wat in- en uit te zoomen, is dit van links naar rechts het beeld over het meertje de Leijen. Op de omgevallen boom zat een eenzame aalscholver, verder was het rustig op het water. Toch kwamen er na enige tijd later diverse vogelsoorten voorbij …

– wordt vervolgd

Hardwerkende krasse knarren

Op weg terug van de vogelkijkhut naar de auto hoorde ik iets verderop met korte stoten het geronk van een motorzaag. Bijna terug bij het pad kon ik ook mannenstemmen horen …


Een aantal vrijwilligers en een betaalde kracht van de Friese natuurbeschermingsorganisatie ‘It Fryske Gea’ waren een stukje verderop bezig met het knotten van de wilgen daar. Nadat ze eerder de wilgen langs het pad al onder handen hadden genomen, waren nu de wilgen in het rietland aan de andere kant van de sloot kennelijk aan de beurt …

Dus denk bij het passeren van zo’n oude knotwilg niet dat het maar een oude dode boom is, waarvan de gaten als prullenbak bedoeld zijn. Nee, die voor ons landschap zo kenmerkende oude knotwilgen zijn in de loop der jaren vaak met zorg gevormd in een hechte samenwerking van moeder natuur en een legertje hardwerkende krasse knarren …

Waar zouden we zijn zonder alle actieve vrijwilligers?

Ik vrees dat er zeer grote problemen zouden ontstaan op het vlak van natuur, cultuur, sport, verenigingswerk, zorg & welzijn, politiek, wijk- en buurtwerk, sociale hulpverlening, onderwijs & scholing. Ik durf de stelling wel aan dat onze samenleving goeddeels in zou storten zonder vrijwilligerswerk.

Smienten en bergeenden

De week begon hier weer bewolkt en grijs. De plas rond de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was maandagochtend voor een groot deel bedekt met honderden smienten, die rustig op de kleine golfjes lagen te dobberen. Het was te donker om hun kleuren goed te kunnen bekijken, maar ze lieten hun kenmerkende fluittoon wel een paar maal mooi over het water klinken …

Aan de oostkant van de hut hadden een paar bergeenden het plekje van de onrustig wordende ganzen van vorige week ingenomen. Van voorjaarsonrust leek bij hen nog geen sprake te zijn. Ze zaten rustig hun verendek te verzorgen en wat om zich heen te kijken. Een passerende slobeend leek er het zijne van te denken …

Meneer Merel breekt ’t ijs

Op 9 februari lag er ’s ochtends tegen twaalven nog een laagje ijs in de vijver. Dat was voor meneer Merel, die even in bad wilde, een lelijke tegenvaller. Twee jaar geleden was ik er getuige van, dat er eind februari een konvooi met twee ijsbrekers nodig was om de scheepvaart op het Prinses Margrietkanaal gaande te houden. Deze kleine merel stond er alleen voor om het ijs te breken …


Al die tijd stond ik met de camera op het statief op nauwelijks 3 meter afstand van de merel aan de andere kant van de vijver. Hij ging rustig zijn gang en liet daarbij mij mijn eigen ding doen …

Met merels die zoveel vertrouwen in me hebben, ga ik ervan uit dat we ook dit voorjaar weer jonge merels in de tuin mogen begroeten.

De earste earrebarre

Zoals de grote zilverreiger in de Jan Durkspolder zijn kostje bijeen gaarde met vissen, was de eerste ooievaar die ik dit jaar zag, een kilometer verderop op zijn manier ook bezig om zijn maaltje bijeen te scharrelen …


Parmantig stapte hij een stuk door het weiland. Even later liep hij voorover gebogen verder. Met scherpe blik tastte hij het grasland af op zoek naar lekkers …

Zo nu en dan prikte hij even snel en fel met zijn scherpe snavel in de grond. Een vette hap heb ik hem niet zien vangen, maar omdat ik al snel in de weg stond en ruimte moest maken, heb ik hem niet lang kunnen observeren …