Bijna aan het eind van een ritje door De Weerribben, hadden mijn fotomaatje Jetske en ik gistermiddag net geconcludeerd dat we in fotografisch opzicht wel eens beter dagen hadden gehad, toen ik in een flits iets bijzonders meende te zien in het moerasland rechts van de weg …
“Stond daar nou een purperreiger …?” vroeg ik half luid eigenlijk meer aan mezelf dan aan Jetske. Jetske hield als chauffeur haar blik op de weg gericht, maar ze trapte wel meteen op de rem en zette de auto in z’n achteruit. En jawel, daar stond hij in al zijn pracht, Ardea purpurea, de purperreiger …
Het overige verkeer raasde aan ons voorbij en een enkele nieuwsgierige passant toch wel even wilde weten waar wij zo geconcentreerd, maar hinderlijk voor het overige verkeer naar stonden te kijken. Wij deden intussen ons best om deze bijzondere verschijning zo goed mogelijk te vereeuwigen. Voor mij was het de eerste keer dat ik een purperreiger in het wild zag. En dat moment wilde ik toch wel even goed mee pakken. Het feit dat hij aan de rand van het bereik van mijn camera stond, maakte het er niet makkelijker op, maar ik ben wel blij en tevreden met het resultaat …
1. purperreiger
2. purperreiger in De Weerribben
3. purperreiger in close-up
4. purperreiger, de kleurenpracht
5. purperreiger met weerspiegeling
Terwijl we daar stonden, ging de grote vogel tweemaal kort op de wiek. De laatste van die twee keer is te zien in de korte onderstaande video, die ik tussendoor ook nog van deze mooie waarneming kon maken …
Hoewel ik na enig zoekwerk toch nog een paar echte koekoeksbloemen en zelfs twee brede orchissen had gevonden, liep ik enige tijd later toch enigszins teleurgesteld terug naar de auto. Ik was in het verleden beter gewend hier. Vlak voordat ik bij de parkeerplaats was, besloot ik nog even een paar stappen zijwaarts te maken. ’t Idee was om nog even wat plaatjes te scoren van de zee aan boterbloemen daar…
De boterbloemen werden al snel bijzaak. Zodra ik een paar voorzichtige stappen in het veld met de boterbloemen had gezet, zag ik het paars van een brede orchis tussen het groen en geel door schemeren. En al snel werd duidelijk dat er nog veel meer stonden. Ik kon maar tot één conclusie komen: de orchissen waren het oude pad overgestoken om zich opnieuw te vestigen aan de andere kant. En zo te zien hebben ze het daar prima naar de zin …
Half mei had ik al een kuiertje in het Weinterper Skar gemaakt, omdat ik hoopte dat misschien de eerste orchissen te vinden zouden zijn. Dat was wat al te optimistisch, maar met de heiderinkelbel en de wetterpinksterblom was ik toen ook erg blij. Vorige week ben ik in de herkansing gegaan voor de orchissen …
De plek waar ik ze hoopte te zien bood geen erg hoopvolle aanblik. Tot drie jaar geleden liep hier de Nije Heawei. De berm van die smalle landweg bood jaarlijks rond deze tijd een feestelijk aanblik, omdat er steevast een keur aan orchissen tot bloei kwam. Nu niet meer. Het veld ten noorden van de weg ging daar in mei/juni vaak schuil onder een zacht golvende roze zee van van echte koekoeksbloemen. Ook daar was nu niets van te zien. Zou ik dan ook nu nog te vroeg zijn …?
Ik besloot eerst maar eens even te genieten van rust en uitzicht op het ‘Afanja-bankje’ langs het pad. Nadat mijn onderdanen hun kracht hadden hervonden, besloot ik enige tijd later net als twee weken eerder toch maar weer met enige rekkelijkheid der regels behoedzaam wat dieper in ’t groen op zoek te gaan. Dat leverde me na enig zoeken toch nog een paar orchissen en enkele echte koekoeksbloemen op …
Een heus paradijs voor vlinders en bijen is ons tuintje nog nooit geweest, daarvoor is het er vooral vanwege de hazelaar te donker. En ook een grote, hoge pol bamboe wierp tot het najaar van 2017 dagelijks zijn schaduw over de tuin. Toch heb ik er in de loop der jaren heel wat insecten kunnen kieken. Vorig jaar leek het insectenleven in ons tuintje echter ineens tot een fatale stilstand te komen …
Voor zo ver ik na heb kunnen gaan, heb ik er vorig jaar maar één waterjuffer kunnen kieken. Dit jaar ziet er het weer wat florisanter uit. Vooral bij de door Aafje opnieuw ingerichte border achter in de tuin is het de laatste dagen een komen en gaan van bijen. En er zweven ook regelmatig weer waterjuffers door de tuin. En gelukkig zijn ze ook vaak genegen om even ergens neerstrijken …
Vuurjuffer en azuurwaterjuffer lijken favoriet te zijn, maar ik heb me voorgenomen om me niet meer druk te maken om de naamgeving van bloemetjes en beestjes. MS brengt niet alleen fysieke en motorische problemen met zich mee, maar ook het (korte termijn) geheugen wordt er niet beter op. Ik vind het langzamerhand eigenlijk zonde van de energie om elke keer namen op te zoek. Ik geniet liever gewoon van hetgeen ik heb gezien en gefotografeerd …
Tijdens de vorige fotokuier in de Ecokathedraal was de nieuwe toegangspoort nog niet klaar. Aan de bovenkant gaapte toen nog een gat, maar in september 2014 was het een echte poort. Hij had zelfs al een naam: ‘Porta Celi’, door een van de vrijwilligers van de Ecokathedraal vertaald als ‘Hemelpoort’.
Omdat mijn onderdanen een lange kuier in de weg stonden, bleef het die dag verder beperkt tot een korte rondgang door het voorste deel van de Ecokathedraal, die zich in 2:10 min laat samenvatten. Maar dat is vandaag helemaal niet erg, want het is toch te warm voor een lange wandeling … 😉