IJspret op de Headamsleat

Het is een wondere wereld. Toen ik vorige week zaterdagmiddag met Jetske op en rond het ijs stond te fotograferen kwam de maximumtemperatuur uit op -1,2 ºC. Vandaag wordt een maximumtemperatuur van ca. 15 ºC verwacht. Kortom: het lijkt wel voorjaar. Desondanks ga ik nog even door met de foto’s van die zonnige en gezellige ijsdag …

Tegen het middaguur kwamen we bij het ijs aan. En hier begint het allemaal mee als je als schaatsers eenmaal bij het ijs bent aangekomen: de schaatsen onderbinden …

Vanuit de richting van de Headamsbrug naderden af en toe groepjes schaatsers. Waar zij precies waren opgestapt werd me niet helemaal duidelijk. Wel moesten ze om verder te kunnen schaatsen richting Earnewâld een stuk klunen. Voor wie behoefte had aan een warme versnapering stond er een koek en zopie …

Terwijl we een stukje langs het ijs liepen, viel deze jongeman me op. Zo te zien had hij net nieuwe schaatsen en keek hij nog eens even of alles goed zat …

Zonder dat het over hem hadden gehad, hielden Jetske en ik hem enige tijd later allebei een tijdje in de zoeker, want was hij geconcentreerd bezig …

Maar niet iedereen was geconcentreerd en serieus bezig. Er werd niet alleen geschaatst, maar ook gezellig gewandeld op deze prachtige ijsdag …

Oud en jong gaf acte de présence, de één met een muts, de ander heel verstandig met een helm. Junior had de slag al goed te pakken op zijn moderne houtjes. Die is een volgende keer aan zijn eerste noren toe …

Zij leek in gedachten verzonken, maar ging met vaste tred voorwaarts …

Dat had hij misschien ook beter kunnen doen … Ik hield hem al een tijdje in de gaten, want ik zag al van verre aankomen wat er uiteindelijk zo ongeveer zou gebeuren …

Na enige tijd besloten we een stukje verderop te kijken, op naar de Jan Durkspolder en de Leijen. Maar dat kan nog een paar dagen duren. Morgen gaan we even spelen met licht en een ijzig handje in de tuin …

wordt vervolgd

Onderweg naar het ijs

Vorige week zaterdag heb ik samen met mijn fotomaatje Jetske een paar uurtjes op en rond het ijs doorgebracht. We besloten eerst maar eens bij de Headammen te kijken. Dat is de locatie die ik begin februari in het logje ‘Wachtend op de winter’ al omschreef, en waarvan ik verwachtte dat we er de eerste schaatsers zouden zien. Toen we bij Opeinde over de brug kwamen, zag ik dat alleen eenden en wat meeuwen zich op het ijs van het Opeinderkanaal waagden …

Op de Wolwarren maakten we een korte tussenstop om een paar foto’s te maken van de windmotor bij de ijsvlakte waar we 5 jaar geleden samen op de valreep een paar schaatsers hadden gefotografeerd. Nu was de maagdelijk witte vlakte leeg. Kijkend daar de stroom auto’s die ons tegemoet kwam, vermoedde ik dat dit de vroege schaatsers waren, die terugkeerden vanaf de Headammen …

Korte tijd later zagen we dat de gemeente Smallingerland het parkeren uitstekend had geregeld om een chaos op en langs de smalle weg te voorkomen. Nadat een vriendelijke verkeersregelaar ons een plekje had gewezen, gingen we te voet op weg naar het ijs …

Niet veel later bereikten we de Aldheadamsleat in Nationaal Park de Alde Feanen. Eenmaal voorbij het bordje ‘Rustgebied’ was het even gedaan met de rust. Maar wat was het een mooie – tijdelijke – verstoring van de rust …

wordt vervolgd

Jetske bij ‘De Jonge Trijntje’

Terwijl ik me bezighield met de spiegelende gevel van het oude arbeidsbureau, had mijn fotomaatje haar aandacht gericht op een skûtsje dat in de Drachtstervaart voor de wal lag. En niet zo maar een skûtsje, ‘De Jonge Trijntje’ is één van de boegbeelden van ‘het Drachten-van-de-skûtsjes’. Jetske leek het met bijzondere aandacht te bekijken …

‘De Jonge Trijntje’ is in 1909 in opdracht van Jan Martens Jagersma gebouwd op de skûtsjewerf van Jan Oebeles van der Werff aan het Buitenstvallaat in Drachten. Beurtschipper Jan Martens Jagersma vernoemde het skûtsje naar zijn enige dochter Trijntje. De schipper onderhield tot 1920 een geregelde beurtdienst tussen Drachten en Groningen en omstreken. In 1920 nam zijn zoon het over met een motorschip. Het skûtsje werd verkocht en maakte vervolgens onder verschillende namen omzwervingen door Nederland en België …

Haiko van der Werff, de achterkleinzoon van Jan Oebeles, zette vanaf 1 januari 2001 het bedrijf van zijn overgrootvader aan het Buitenstvallaat voort onder de naam ‘Scheepsbouw O.H. van der Werff’. Haiko zag een droom uitkomen, toen ‘De Jonge Trijntje’ in 2010 werd teruggevonden in Zwolle en hij de kans kreeg om het te restaureren. Het beurtvaart skûtsje werd aangekocht door Stichting De Jonge Trijntje met de bedoeling om het schip als cultureel erfgoed in de oorspronkelijke staat terug te laten brengen, En zo was de cirkel rond, het skûtsje werd volledig gestript en in de originele staat teruggebracht op de werf waar het 100 jaar eerder was gebouwd …

’s Zomers ligt het skûtsje aan het Buitensvallaat voor de scheepswerf van Haiko van der Werff. Er wordt dan met ploegjes gezeild, kinderen worden er onderwezen over de zeilvaart vroeger en er wordt onderhoud gepleegd. In de winter ligt het skûtsje in de Drachtstervaart of in de passantenhaven in het centrum van Drachten …

Heideblauwtjes aan de waterkant

Vorige week woensdag hebben Jetske en ik onze laatste gezamenlijke fotokuier voorafgaand aan het zomerreces gemaakt. Omdat het warm weer was, hadden we een plekje aan de waterkant opgezocht waar we hopelijk wat waterjuffers zouden kunnen fotograferen …

Met die juffers viel het nogal tegen. Ze waren mij veelal net te snel af of ze zaten op ongelukkige plekjes in het helmgras of de biezen. Dat werd echter royaal gecompenseerd door de aanwezigheid van veel heideblauwtjes die zich vooral graag even lieten kieken op polletjes dopheide …

Eén keer lukte het me toch om een waterjuffer te strikken. Ik geneigd om te zeggen dat het een azuurwaterjuffer is, maar als ik één ding lastig blijf vinden, dan is het wel ’t determineren van juffers …

Her en der stonden ook mooie polletjes zonnedauw. Dat kostte niet alleen veel vliegen het leven, maar ook een heideblauwtje was ten prooi gevallen aan de verleidelijk glinsterende, maar o zo kleverige tentakels van deze kleine vleesetende plant …

 

“Hé … kijk daar eens …”

Wie de laatste tijd wel eens een bezoekje heeft gebracht aan het weblog van mijn fotomaatje, zal ’t vast niet zijn ontgaan, dat ze in rap tempo uitgroeit tot een heuse vogelaar. Als er ergens in een omtrek van pakweg 25 meter iets van een vogel te zien of te horen is, dan ontdekt Jetske het wel. Zo fietste ze vorige week in Drenthe nog langs een piepende boom, die haar weer echt een bijzondere serie opleverde.

Ook aan de waterkant ziet ze elk vogeltje vliegen of zwemmen. Zo liepen we de laatste keer dat we samen op pad waren langs een tamelijk onooglijke en onopvallende sloot. “Hé … kijk daar eens …”, hoorde ik Jetske op een bepaald moment zachtjes zeggen …

Meer dan een felrood puntje tussen ’t groen aan de andere kant van de sloot zag ik in eerste instantie niet. Maar na enig wachten bleek er een waterhoen te zitten. Blijkbaar was het beestje niet echt van fotografen gediend, want hij bleef lang zitten waar hij zat. Uiteindelijk zag hij zich blijkbaar toch genoodzaakt om in zuidelijke richting langs ons te zwemmen. En zo kreeg ik dankzij mijn oplettende fotomaatje voor de tweede maal in 14 dagen tijd de kans om deze prachtige watervogel met zijn felgekleurde snavel te fotograferen …

Terug naar ’t Skar

Had ik al verteld, dat ik een week nadat ik er met mijn fotomaatje was, nog eens terug ben gegaan naar het Weinterper Skar? Op 20 mei konden we er maar met moeite enkele orchissen vinden. Een week later waren ze als paddenstoelen uit de grond geschoten …

Het veld waar ze van oudsher in grote aantallen stonden te pronken, zag er nog steeds dor en doods uit. In het veld naast de parkeerplaats kon je echter nauwelijks een stap tussen de boterbloemen zetten zonder een brede orchis te raken …

Boerenzwaluwen en een rietgors

Vandaag sluit ik de fotoserie over de fotokuier met mijn fotomaatje in het Weinterper Skar en bij de Leijen af.. Eerst nog maar even een rustgevende blik door één van de kijkluikjes in de hut over de Leijen. Het water lag er mooi bij onder een vriendelijk gebroken wolkendek …

Daarna richtte ik de blik opnieuw door de open deur naar de achterstaande wand. Daar namen de twee boerenzwaluwen alle tijd om voor me te poseren, zoals de witte kwikstaart dat eerder al had gedaan …

Zodra de zwaluwen gevlogen waren, liep ik naar buiten om te zien of er achter de schutting ook nog wat te fotograferen viel. Dat viel niet eens tegen. Helemaal niet toen Jetske zich even later weer bij me voegde. Terwijl ik doorschoof naar het noordelijke luikje in de schutting, ging Jetske voor het zuidelijk luikje staan. Vrijwel meteen verscheen er een rietgors, waar ik welgeteld één foto van kon maken. Maar de mooiste vangst aan de andere kant van de schutting was toch wel de jonge zwaluw die een stukje verderop op een tak zat …

Ik sluit af met een vrolijke foto van mijn fotomaatje. Dit beeld zegt alles over hoe de sfeer tijdens deze zonnige gezamenlijke fotokuier was …