Niet zo gek ver van de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder stond een aantal grauwe ganzen op de plek waar tot voor kort een grote hoeveelheid gele lissen groeide …
Een tijdlang waren de ganzen in alle rust hun veren aan het poetsen of stonden ze wat te dutten in de zon, zo leek het althans …
Plotseling werd de rust ruw verstoord door een gans die met gespreide vleugels luidkeels begon te schetteren tegen zijn partner. Die werd ruw gestoord in haar schijnbare mijmeringen. Daarna stonden ze een tijdlang met draaiende koppen tegenover elkaar. Uiteindelijk werd de afmars ingezet, waarna ze samen uit beeld liepen. Het voorjaar hangt duidelijk in de lucht …
Had ik al verteld dat er maandagochtend een grote zilverreiger in de plas bij de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder zat? Het is wel zo! Ik heb hem geruime tijd kunnen observeren in de richting van de windmotor aan de Westersanning …
Nu eens stond hij geruime tijd stil voor zich uit te staren, dan weer scharrelde hij wat heen en weer in het ondiepe water. Hoewel heen en weer scharrelen eigenlijk de lading niet dekt, hij bewoog zich eerder subtiel dansend voort …
Met zijn dansje bracht hij verschillende keren een visje in beweging. Keer op keer hapte hij mis, maar uiteindelijk had hij toch beet. En ik ook … 🙂
Maandagochtend ben ik na de koffie weer eens naar de Jan Durkspolder gereden. Er werd hard gewerkt door de rietsnijders, die hun overtollige ruigte aan het verbranden waren …
Ook langs de Geau (Google Maps) en langs het paadje naar de grote vogelkijkhut was weer hard gewerkt. De wilgen waren weer keurig geknot door vrijwilligers van It Fryske Gea …
De plas in de polder lag er heerlijk rustig en dromerig bij. Het eerste wat me opviel, was dat de gele lissen voor de hut waren verwijderd. Er zwommen her en der wat zwanen, sommige daarvan leken voorzichtig het voorjaar in de kop te krijgen, maar daarover later meer …
Er zweefde een blauwe reiger voorbij en een stuk verderop in de richting van de molen maakte een grote zilverreiger op subtiele wijze een dansje in het water. Ook die grote zilverreiger komt een deze dagen nog eens uitgebreid in beeld …
Het aanhoudend grijze weer lokt me nog steeds niet voor mijn plezier naar buiten. Gisteren moest ik er twee keer op uit omdat ik afspraken buitenshuis had. Van die gelegenheid heb ik toch maar gebruik gemaakt om een ritje naar de Jan Durkspolder te maken. Op en rond het water viel niks te beleven, maar mijn ritje werd toch beloond …
Ik was net aan de terugweg over de Westersânning begonnen, toen ik in een aantal bruine vlekken in de verte een groepje reeën meende te herkennen. Om vrij zicht over het weiland te hebben reed ik een klein stukje achteruit, daar zette ik de auto met de rechterwielen in de berm …
Ze stonden ver weg, maar door afstand heb ik me nog nooit laten weerhouden om iets te fotograferen. Wazige of anderszins slechte foto’s kun je altijd nog weggooien, zeg ik altijd maar. Het werden ondanks het grijze weer nog alleszins acceptabele foto’s waar ik me niet voor hoef te schamen…
Normaal gesproken vind ik het op zo’n moment vaak wel aardig om dan wat langer te blijven zitten kijken. Daar had ik gisteren met het waterkoude weer geen zin in. Het was mooi om deze sprong reeën weer eens aan te treffen, want ik had ze al een paar maanden niet meer gezien, maar daarmee was het eerst ook wel weer klaar …
Mijn eerste fotokuier heb ik dit jaar net als in 2022 op 3 januari gemaakt in de Jan Durkspolder. Het grootste verschil was, dat het toen helder en zonnig was, terwijl er nu mist boven de polder hing …
Het leek me niet zinvol om in de vogelkijkhut te gaan zitten, daar zou waarschijnlijk weinig te zien zijn. Daarom maakte ik even een wandeling over de Westersânning (Google Maps) …
Het was ook in dit mistige sfeertje weer een prima plekje om het jaar te beginnen. En ik was niet de enige die er zo over dacht …
Op de eerste augustusdag reikte het kwik tot een bescheiden 20,1°C, en dat was ook meteen de laagste maximumtemperatuur van de maand. Daarna volgden er al snel drie warme tot zeer warme perioden in de rest van de maand. Op het warmst van de dag was het vaak alleen voor vliegen goed vertoeven op het terras …
De sporen van warmte en droogte waren al snel goed te zien aan de varens. Daar stond tegenover dat het een uitstekende zomer was voor de druiven. “Zo heb elk nadeel zijn voordeel,” zou de grote JC gezegd hebben. De dieren in de tuin gingen ieder op hun eigen wijze met de warmte om. Een houtpantserjuffer die regelmatig even langs kwam, hing graag wat in de schaduw aan de restanten van de uitgebloeide irissen. Voor de vogels stond er iedere dag een goed gevuld bad met fris water klaar, en daar werd volop gebruik van gemaakt door merels, mussen en diverse mezen …
Wanneer de warmte ’s ochtends vroeg nog goed te doen was en mijn benen over enige draagkracht beschikten, maakte ik nog wel eens een ritje naar de Jan Durkspolder. Vaak blies er dan nog wel een verkoelend briesje door de geopende kijkluikjes van de grote vogelkijkhut. Zo kon ik daar o.a. een mooie fotoserie maken van een foeragerend witgatje. De mooie paardenbijter was een verjaardagscadeautje dat ik bij de Leijen mocht uitpakken …
Het is al gezegd, en iedereen zal het ook nog weten: augustus 2022 was warm, erg warm en droog. Ik heb 31 warme dagen kunnen noteren (max. temperatuur 20°C of hoger), daarnaast waren er 12 zomerse dagen (over de periode 1971-2000 waren dat er gemiddeld 6). Augustus telde 4 tropische dagen (over de periode 1971-2000 was dat er gemiddeld 1). In ons tuintje ben ik met een gemiddelde van 20,4°C nog net wat hoger uitgekomen dan de 20,0°C bij het KNMI in De Bilt. Daar staat dan weer tegenover dat we hier met slechts 11 mm regen minder neerslag hebben gehad dan landelijk …
Tijdens mijn eerste ritje in februari waren het geen reeën, maar een paar pony’s die mijn aandacht trokken. Ze stonden innig neus aan neus naast elkaar van hun pas afgeleverde voer te vreten bij een hek in een weiland tussen Oudega en Earnewâld …
De Jan Durkspolder bood in de ‘winter’ van 2021-’22 een tijdlang huisvesting aan honderden smienten die meestal wat op het wateroppervlak dobberden. Daar hadden ze ook gelegenheid voor, want het wilde maar niet winteren, bakken water waren ons deel. De vijver trad regelmatig buiten zijn oevers. En terwijl de Coronacrisis intussen over haar dieptepunt heen was, leek het aantal complotdenkers alleen maar te groeien. Maar gelukkig begonnen ook lammetjes en diverse voorjaarsbloemen steeds meer te groeien en te bloeien in een al vroeg ontluikend voorjaar. In fotografisch opzicht werd de maand op een zonnige dag afgesloten met een bezoek aan rietsnijder Klaas-Jan in de Weerribben …
In weerkundig opzicht komt ook februari 2022 niet in de boeken terecht, of het zou al moeten zijn als zeer zachte laatste wintermaand. De gemiddelde temperatuur kwam in onze tuin uit op 5,9°C, tegen normaal ca. 2,3°C als langjarig gemiddelde in de periode 1971-2000. Meer dan vier keer een lichte nachtvorst heb ik niet kunnen noteren, de laagste temperatuur was -1,6°C. Hoge cijfers waren er wel voor de hoeveelheid neerslag, 146 mm tegen normaal ca. 44 over de periode 1971-2000 …