Terwijl ik vorige week donderdag rond het middaguur nog wat foto’s van het smeltende ijs in de vijver stond te maken, hoorde ik plotseling geritsel in het bladerdek in de tuin …
Toen ik opkeek in de richting van het geluid, zag ik dat een merel een meter of drie verderop naarstig op zoek was naar wormen of insecten onder de bladeren …
Een tijdlang scharrelde de vogel daar wat rond, daarna liep hij om een grote pol siergras heen in de richting van de vijver. Even leek hij te twijfelen, wat is er met dat water …? leek hij te denken …
Een moment later liep hij toch nog een stukje verder en ging op de kei in het water staan. Gelukkig stond al die tijd mijn camera al op het statief …
Met ganzen die elkaar het hof maakten en een ooievaar die parmantig door een weiland stapte, leek vorige week maandag het voorjaar even in de lucht te hangen …
Op de dagen daarna lag er echter weer een fragiel laagje ijs op de vijver in de tuin. Dat leverde me al snel weer een serie abstracte ijscreaties op. Van echte kou was geen sprake, en dat was ook goed te zien aan het dagelijks weer wegsmeltende ijs …
Op donderdag werd ik aan de rand van het ijs verrast door een merel, maar dat is voor morgen …
Tussen vriezen en dooien ligt het nulpunt of het vriespunt, de temperatuur waarbij water bevriest tot ijs of waarbij het juist weer smelt tot water. Dat was de situatie toen ik vorige week zaterdag aan het eind van de ochtend wat foto’s maakte van een dun vliesje ijs op de vijver …
De meeste reageerders hadden gisteren wel door dat het om ijs ging, waarschijnlijk omdat dergelijke beelden in de loop de tijd al (te) vaak op mijn blog zijn verschenen. Meestal ging het daarbij om een harde ijsvloer met strakke geometrische lijnen en figuren bij vriezend weer. Omdat de temperatuur voortdurend rond het vriespunt lag, veranderde de ijssituatie ditmaal echter voortdurend. Op verschillende plaatsen vormden zich tussen de strakke geometrisch lijnen heel kleine plasjes water. Op andere plaatsen zag ik juist dat er in een plasje water nieuwe ijsbloemen op het oppervlak verschenen. Misschien moet ik een volgende keer het statief erbij pakken om wat time-lapse opnamen te maken, want het was echt fascinerend om te zien. Afijn, kijk maar eens of je het wat vindt …
Op de eerste augustusdag reikte het kwik tot een bescheiden 20,1°C, en dat was ook meteen de laagste maximumtemperatuur van de maand. Daarna volgden er al snel drie warme tot zeer warme perioden in de rest van de maand. Op het warmst van de dag was het vaak alleen voor vliegen goed vertoeven op het terras …
De sporen van warmte en droogte waren al snel goed te zien aan de varens. Daar stond tegenover dat het een uitstekende zomer was voor de druiven. “Zo heb elk nadeel zijn voordeel,” zou de grote JC gezegd hebben. De dieren in de tuin gingen ieder op hun eigen wijze met de warmte om. Een houtpantserjuffer die regelmatig even langs kwam, hing graag wat in de schaduw aan de restanten van de uitgebloeide irissen. Voor de vogels stond er iedere dag een goed gevuld bad met fris water klaar, en daar werd volop gebruik van gemaakt door merels, mussen en diverse mezen …
Wanneer de warmte ’s ochtends vroeg nog goed te doen was en mijn benen over enige draagkracht beschikten, maakte ik nog wel eens een ritje naar de Jan Durkspolder. Vaak blies er dan nog wel een verkoelend briesje door de geopende kijkluikjes van de grote vogelkijkhut. Zo kon ik daar o.a. een mooie fotoserie maken van een foeragerend witgatje. De mooie paardenbijter was een verjaardagscadeautje dat ik bij de Leijen mocht uitpakken …
Het is al gezegd, en iedereen zal het ook nog weten: augustus 2022 was warm, erg warm en droog. Ik heb 31 warme dagen kunnen noteren (max. temperatuur 20°C of hoger), daarnaast waren er 12 zomerse dagen (over de periode 1971-2000 waren dat er gemiddeld 6). Augustus telde 4 tropische dagen (over de periode 1971-2000 was dat er gemiddeld 1). In ons tuintje ben ik met een gemiddelde van 20,4°C nog net wat hoger uitgekomen dan de 20,0°C bij het KNMI in De Bilt. Daar staat dan weer tegenover dat we hier met slechts 11 mm regen minder neerslag hebben gehad dan landelijk …
April begon zoals maart eindigde, met sneeuw. In de nacht van 31 maart op 1 april viel er nog een paar cm sneeuw bij, zodat er ’s ochtends vroeg een kleine 7 cm sneeuw lag …
Een lang leven was dat sneeuwdek niet beschoren, omdat de maximumtemperaturen geleidelijk opliepen tot 10°C op 3 april. En dat was maar goed ook, want er zaten inmiddels jonge merels in het nestje in de pergola. Sneeuw of niet, pa en ma merel vlogen af en aan met verse wormen. Op 5 april verlieten de jonge merels het nest. Na een koude en regenachtige tiendaagse start, liepen de temperaturen tijdelijk op, waardoor de eerst insecten zich in de tuin lieten zien…
Rond half april liet Jetske en lang gekoesterde wens uitkomen. Van een collega had ze de locatie van een ijsvogelnest gekregen die voor mij ook goed bereikbaar was. Wat heet bereikbaar, we konden ze zelfs gerieflijk vanuit de auto observeren en fotograferen. En het geluk was meteen met ons rond twee uur ’s middags waren man en vrouw ijsvogel zelfs zo vriendelijk om even samen voor ons te poseren. Het spreekt voor zich, dat ik daar de rest van het voorjaar diverse keren heb zitten posten. Omdat het niet ver van de Surhuizumermieden was, kon ik het ook nog eens mooie combineren met het fotograferen van grutto’s, kemphanen en andere weidevogels. Naar aanleiding van de inval van Rusland in Oekraïne sloten Jetske en ik de maand in een grijze, kille sfeer af met een fotokuier op de oude ‘Atoomsite’ bij Havelte… …
De eerste tien dagen van de maand verliepen duidelijk te koud voor de tijd van het jaar. Bovendien was het erg nat, na de sneeuw volgde een periode met veel regen. Dankzij het natte begin van de maand gaat april 2022 als een natte maand de boeken in. Vanaf de elfde bleef het droog en gingen de temperaturen met een zuidoostelijke stroming omhoog. Op 18 april kon ik de eerste ‘warme’ 20°C van het jaar noteren. De tweede helft van april verliep erg zonnig. In de laatste week daalden de temperaturen bij ons in het noorden onder invloed van een noordelijke stroming tot net boven de 10°C …
Tijdens mijn eerste ritje in februari waren het geen reeën, maar een paar pony’s die mijn aandacht trokken. Ze stonden innig neus aan neus naast elkaar van hun pas afgeleverde voer te vreten bij een hek in een weiland tussen Oudega en Earnewâld …
De Jan Durkspolder bood in de ‘winter’ van 2021-’22 een tijdlang huisvesting aan honderden smienten die meestal wat op het wateroppervlak dobberden. Daar hadden ze ook gelegenheid voor, want het wilde maar niet winteren, bakken water waren ons deel. De vijver trad regelmatig buiten zijn oevers. En terwijl de Coronacrisis intussen over haar dieptepunt heen was, leek het aantal complotdenkers alleen maar te groeien. Maar gelukkig begonnen ook lammetjes en diverse voorjaarsbloemen steeds meer te groeien en te bloeien in een al vroeg ontluikend voorjaar. In fotografisch opzicht werd de maand op een zonnige dag afgesloten met een bezoek aan rietsnijder Klaas-Jan in de Weerribben …
In weerkundig opzicht komt ook februari 2022 niet in de boeken terecht, of het zou al moeten zijn als zeer zachte laatste wintermaand. De gemiddelde temperatuur kwam in onze tuin uit op 5,9°C, tegen normaal ca. 2,3°C als langjarig gemiddelde in de periode 1971-2000. Meer dan vier keer een lichte nachtvorst heb ik niet kunnen noteren, de laagste temperatuur was -1,6°C. Hoge cijfers waren er wel voor de hoeveelheid neerslag, 146 mm tegen normaal ca. 44 over de periode 1971-2000 …
Terug bij de parkeerplaats aan de Poostweg heb ik eerst nog even een foto gemaakt van langs de weg liggende boomstammen. Aan de andere kant van de weg worden momenteel veel bomen gekapt. Daarvan later meer foto’s. Aan het eind van deze lange wandeling op maandag ben ik eerst nog even met de auto naar het begin van de Poostweg gereden. Dat is een afstand van niet meer dan ca 500 m, maar die was toch net te groot om nog te voet af te leggen. Omdat deze wandeling zich rond Lauswolt afspeelde, wilde ik daar ook maar in stijl afsluiten …
De naam Lauswolt is in de afgelopen week al eerder voorbij gekomen. Zo schreef ik hier gisteren: “Naar verluidt liet de welgestelde herenboer Jan Janszoon Lauswolt, grootgrondbezitter te Beetsterzwaag hier in 1748 ‘een met geboomte omgeven boerderij’ bouwen. Dat moet in de buurt van dat romantische bruggetje geweest zijn. En dat was ergens hier achter …
Wat ooit begon als een boerderij met geboomte, groeide in de loop der jaren uit tot een groot landgoed met een landhuis. Tegenwoordig is dat landhuis na diverse verbouwingen een gerenommeerd hotel. “Verscholen in de prachtige bossen van Beetsterzwaag ligt het best bewaarde geheim van Friesland: vijfsterrenhotel Landgoed Lauswolt. In een adembenemende omgeving zorgen wij ervoor dat het u geen moment aan iets ontbreekt. Wij hebben maar één doel: u de meest unieke en onvergetelijke ervaring bieden in deze prachtige omgeving en u te laten genieten van de Friese gastvrijheid,” zo opent de website van het hotel …
“Gelieve hiervoor wel een goed gevulde portemonnee dan wel een fikse creditcard bij de hand te houden, want u begrijpt dat wij met onze gouden koeien in de lokale wei wel van prijzen weten,” staat er dan weer niet bij … 😉
In de vijver voor het hotel drijft een eendenhotel. De eenden hadden al de wijk genomen, toen ze mij vanuit de verte zagen naderen …
Nog even een foto waarin ik beide hotels tegelijk in beeld kon vangen. Morgen steken we de nu achter ons liggende Van Harinxmaweg over om nog even één van de mooiste huizen van de omgeving te bekijken. Vele malen mooier dan dit protserige hotel …