Voor de derde tussenstop tijdens onze winterse rondrit door de gemeente waren Jetske en ik naar de Leijen gereden. Veel schaatsers verwachtte ik daar niet te zien, maar we gingen er vooral voor het landschap naar toe …

Het rietveld achter de kijkhut was al vroeg in het jaar gemaaid door de rietsnijders. In verte waren de bossen riet te zien. De paar bomen die in het rietveld staan, hadden een warm en sierlijk rietkraagje gehouden. In de nog bijna maagdelijke sneeuwlaag waren verschillende sporen te zien …
Al voordat we de hut betraden, nam ik door een kijkluik in de wand naast het vlonderpad een kijkje naar de sneeuwvlakte op het meertje …

In de richting van Oostermeer stond een koek & zopie tent op het ijs, ook waren er kleine groepjes schaatsers te zien. Twee wandelaars kwamen met iets meer tussenruimte dan de roemruchte anderhalve meter onze kant op …
Voor de hut deinden enkele volle rietpluimen zachtjes heen en weer in de wind …

Bij het verlaten van de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ viel mijn oog nog op een winterse verrassing. Aan de achterkant van de hut hadden wind, water, sneeuw en vorst samen een soort van spiraalvormige witte ‘stalagmieten‘ gevormd …
Terwijl ik me met het ijs bezighield, stond Jetske een paar meter verderop te genieten van de zon, die in de luwte van de wand al lekker warm aanvoelde …

– wordt vervolgd –
De ijsvlakte rond de grote vogelkijkhut lag er stil en verlaten bij. Normaal gesproken wordt hier door de IJsclub Lyts Begjin een baan uitgezet en worden er kluunbruggen gebouwd waar schaatsers de sloten en de weg tussen beide ijsvlakten veilig kunnen oversteken. De fundamenten van één van de kluunbruggen kun je op de meest rechtse foto hieronder zien …
Daar moest bij gebrek aan tapijt op de weg op alternatieve manier gekluund worden. Terwijl Jetske en ik het groepje van beide kanten in beeld namen, zakte een schone blondine die de beschermhoezen van haar schaatsen niet bij zich had, vlak voor me door de knieën.
Ze besloot eerst nog een stukje door de berm te lopen, daarna maakte ze de oversteek op een wel heel bijzondere manier. Alsof ze nooit anders had gedaan, kloste ze zo met het metaal van haar schaatsen over het ruwe asfalt.

Er zat niets anders op dan mijn tocht naar achteren maar gewoon voort te zetten. Misschien zou ik verderop een droog plekje kunnen vinden waar ik even zou kunnen gaan zitten. En dus ging ik tussen de twee massieve torens door om over het lange rechte pad naar achteren te lopen …
Af en toe draai ik me even om, zodat ik de hoge, op Inca-tempels lijkende tempels van beide kanten in beeld kan nemen. Zo vaak ligt er geen fotogenieke laag sneeuw, dus dat moet weer even goed worden gedocumenteerd …












Vanuit de richting van de Headamsbrug naderden af en toe groepjes schaatsers. Waar zij precies waren opgestapt werd me niet helemaal duidelijk. Wel moesten ze om verder te kunnen schaatsen richting Earnewâld een stuk klunen. Voor wie behoefte had aan een warme versnapering stond er een koek en zopie …
Zonder dat het over hem hadden gehad, hielden Jetske en ik hem enige tijd later allebei een tijdje in de zoeker, want was hij geconcentreerd bezig …
Oud en jong gaf acte de présence, de één met een muts, de ander heel verstandig met een helm. Junior had de slag al goed te pakken op zijn moderne houtjes. Die is een volgende keer aan zijn eerste noren toe …



