Een bijzonder stukje bos

Wat kan een foto van een platte steen met een vreemde lange krabbel je veel kanten op leiden, hè. Eerst was er alleen de steen. Daarna volgden het mooie landhuis in het parklandschap en het gehuil van wolven in drie natuurgebieden van It Fryske Gea …

Maar ik bedacht me nog wat … waar zouden de oude adellijke eigenaren van het landhuis gebleven zijn? Rond 1832 was vrijwel de hele omgeving van Beetsterzwaag – Olterterp in handen van slechts vier adellijke families, waaronder de familie Van Boelens. Ik wist dat er ergens in de buurt een familiegraf van de familie Van Boelens moest zijn. Afgelopen week ben ik daar maar eens naar op zoek gegaan. Daarbij kwam ik in een bijzonder stukje bos in de omgeving terecht …

Nadat ik het sierlijke, goed onderhouden hek rond het stukje bos had geopend, volgde ik een paadje dat naar een heuvel in het midden leidde. De najaarszon flakkerde door het al uitdunnende bladerdek van een paar majestueuze bomen aan de voet van de heuvel …

Op de stam van één van de dikke beuken sprak het verleden een woordje mee. Inhoudelijk viel daar echter weinig van te maken …

Toen ik me omdraaide zag ik in het midden van de heuvel een hek tussen de bladeren door schemeren. Het kon niet missen, dit moest het familiegraf Van Boelens zijn …

Eenmaal bij het hek was al snel duidelijk dat er van de graven weinig te zien was, ze gingen grotendeels schuil onder een laagje herfstbladeren. Omdat het poortje aan de andere kant zat, liep ik om het hekwerk heen …

  • wordt vervolgd

Pauzeperikelen

Na de fotosessie met de Kempense heidelibellen liepen we in alle rust in de richting van de parkeerplaats. Jetske stond als eerste bij de auto. “Kom je nog …? We hebben meer te doen vandaag …,” zei ze met een brede lach …

“Zorg er eerst maar voor dat ik weer voldoende hoofdruimte heb …,” antwoordde ik op mijn beurt met een knipoog. De kofferruimte opende zich, waarna het dak zacht zoevend open schoof en netjes werd opgeborgen. Zo waren we er helemaal klaar voor om onze weg op deze zoveelste stralende zomerdag te vervolgen …

Jetske had nog een tweede verrassing in petto die dag, maar voordat we daar aan toe waren koersten we eerst in bedaard tempo naar Kuinre. Daar zochten we in de buurt van de Oude Haven van Kuinre eerst een plekje in het bos voor de lunch. Terwijl we in de schaduw van de bomen onze broodjes aten bij een picknicktafel, passeerden er een paar amazones, voor het overige was het er heerlijk rustig …

Waar wat naar binnen gaat, moet af en toe ook wat naar buiten. Om het anders uit te drukken: ik was na de broodjes toe aan een sanitaire stop. Gelukkig wist Jetske ook hier wel raad op. Zonder dralen dropte ze me korte tijd later bij de enige pizzeria in de wijde omgeving, terwijl ze zelf de auto parkeerde op het pleintje tegenover de pizzeria. Zodra ik koffie voor ons op het terras had laten aanrukken, repte ik me naar boven. Opgelucht was ik net terug, toen een koetsje met een tweespan strak langs ons tafeltje reed …

We hadden een fijn plekje in de schaduw en het was er goed toeven, maar er stond meer op het programma. Daarom reden we na de koffie toch maar terug naar we vandaan kwamen, de Hopweg ten westen van Kuinre. Daar presenteerde Jetske wat mij betreft het fotografisch hoofdgerecht van de dag …

  • wordt vervolgd

Alle begin is moeilijk

Nadat we de nodige foto’s hadden gemaakt van de ooievaars in het bosachtige deel van ‘de Lokkerij’ zijn Jetske en ik enige tijd bij het veld met de paalnesten gaan zitten …

Vooral het geklepper, dat regelmatig opklonk van één of meerdere nesten was fascinerend. Het geklepper begint vaak al, wanneer een partner naar het nest komt vliegen. Na de landing wordt er niet alleen geklepperd, maar ook stijlvol gedanst. Met de snavels dicht bij elkaar tonen de geliefden elkaar hun genegenheid. Het is niet voor niks dat ooievaars monogame partners zijn, die elkaar in principe hun leven lang trouw blijven …

Dat alles bij elkaar vroeg niet alleen om beeld, maar ook om geluid. Tijd voor een actiefilmpje …

Daarmee kom ik aan het eind van dit verrassende bezoek aan ‘de Lokkerij’. Met dank aan mijn fotomaatje!

Zo zie ik ze niet vaak

Tijdens mijn reguliere ritjes zie ik vooral rondom Earnewâld regelmatig ooievaars, maar in zo’n bosrijke omgeving als hier bij ‘de Lokkerij’ zag ik ze niet eerder. De naam ‘Lokkerij’ betekent trouwens niet dat de ooievaars hier naar toe werden gelokt. De naam houdt verband met de familie Lokken, die in de boerderij waarin nu het ooievaarsstation gevestigd is, generaties lang het boerenbedrijf uitoefende. Lokkerij betekent dus: ‘de boerderij van Lokken’

Ik vond het fascinerend om te zien hoe de ooievaars daar in het bos bouwmateriaal bijeen sprokkelen om hun boomnesten te bouwen. Dat sprokkelen is één ding, maar dan moet het spul vervolgens ook nog naar huis worden gebracht. Dat betekent in dit geval opstijgen tussen de bomen door, daarna wordt buiten het bos met een wijde boog hoogte gemaakt …

Eenmaal op de juiste hoogte keert de ooievaar met zijn vracht terug naar het bos. Vervolgens is het de kunst om strak tussen de bomen door te manoeuvreren om het bouwmateriaal uiteindelijk netjes af te leveren bij moeder de vrouw op het nest in aanbouw. Er is nog wel het nodige werk aan de winkel voor dit koppel, want meer dan een paar takjes liggen er zo te zien nog niet. Maar ze vliegen af en aan, dus ze doen wel hun best …

De meeste ooievaars op boom- en paalnesten rondom hebben het er beter voor staan. Vooral veel van de oude boomnesten zijn indrukwekkend. Aan veel van die nesten wordt al jarenlang gewerkt, en daar zijn ook al vele generaties uit voortgekomen …

Maar niet iedereen maakt zich even druk om een nest. Dit koppel stond lekker rustig naast elkaar in de zon. Het fundament ligt er, en daar lijkt het nog even bij te blijven. Misschien zijn ze ook nog simpelweg te jong om al aan broeden te beginnen. Je weet ’t niet …

Naar ‘de Lokkerij’

Vorige week woensdag zweefden er een tijdlang twee ooievaars boven onze woonwijk. Daar valt niet veel voor ze te halen, het zal dus wel een verkenningsmissie geweest zijn om t.z.t. ergens wat te brengen. Daar naar kijkend, nam me ik voor om deze week weer eens een ritje langs de ooievaars bij Earnewâld te maken. Het zou er echter niet van komen, maar ik ging wel naar de ooievaars …

Terwijl we twee dagen later aan het begin van een gezamenlijke fotodag bij Jetske op het terras aan de koffie zaten, vroeg Jetske of het een idee was om naar ooievaarsstation ‘de Lokkerij’ te gaan. Ze was daar enkele dagen eerder al samen met haar zoon geweest, maar van foto’s maken was toen niet veel gekomen. Afgaand op de foto’s die ze ervan had getoond op haar blog, leek het me een prima plan …

En zo stonden we een uur later bij ooievaarsstation ‘de Lokkerij’. Het is prachtig gelegen in het Reestdal, op de grens van de provincies Overijssel en Drenthe (Google Maps). Het is net als ‘It Eibertshiem’ bij Earnewâld één van de eerste 12 ooievaars-buitenstations die eind jaren ’70 in het leven zijn geroepen …

Nadat in de jaren 60 de ooievaar in ons land was uitgestorven, werd er in 1969 in het Liesvelt in Groot-Ammers een fokprogramma gestart. Ooievaars die daaruit zijn voorgekomen kregen na verloop van tijd op deze buitenstations de kans om te wennen aan een meer natuurlijk leven …

Het fokprogramma en de buitenstations zijn een groot succes gebleken. Nadat de ooievaars eind jaren 60 uitgestorven waren, telt ons land momenteel weer 1200-1300 broedparen. Zoals hier had ik ze echter nog niet gezien. ‘De Lokkerij’ telt op en rondom huize ‘de Luttike Havixhorst’ momenteel ca. 50 broedparen, die nestelen op palen en daken, maar ook in de bomen …

  • wordt vervolgd

In een nat bos

Bij It Alddjip waren we snel uitgekeken, daarom overlegden we bij de auto waar we vervolgens naar toe zouden gaan. Nadat ik had voorgesteld om even naar Bakkeveen te rijden, kwam Jetske met een kaartje op haar mobieltje op de proppen. Een stip op de kaart duidde een plekje aan, waar iemand al heel wat mooie vogel- en eekhoornfoto’s had gemaakt, vertelde Jetske. Ik bekeek het kaartje eens en ik wist meteen waar het was …

Een kwartiertje later liepen we ter plekke het bos in. Het werd een wandeling door een nat bos, maar gelukkig waren de paden droog. Op basis van een herkenningspunt op de kaart had ik vooraf ingeschat, dat het te voet wel te doen was. Maar dat viel die dag tegen. Dat is de pest met MS, je weet nooit hoe lang je onderdanen willen meewerken aan je plannen. Er restte me op dat moment geen andere optie dan onderweg eerst maar eens een tijdje op een boomstronk langs het pad te gaan zitten …

Omdat we het aangewezen plekje waarschijnlijk al voorbij waren, besloten we na een korte pauze maar rechtsomkeert te maken en terug te keren naar de auto. Onderweg kon ik echter de verleiding niet weerstaan om nog even een pad naar rechts te nemen. Dat pad leidde naar het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterwaag. Ik was blij om de container en de bankjes in zicht te krijgen. Daar zouden we even lekker kunnen zitten …

2021 in 50 foto’s

Een terugblik op 2021 met 50 van de ca. 2.750 foto’s die ik hier in 368 logjes heb gepubliceerd …