Een drijvend bruggetje

Aan het eind van het pad langs het eerste petgat gekomen, kon ik maar één kant op: linksaf over het korte bruggetje naar het tweede petgat …


Daar kon ik kiezen uit twee mogelijkheden. Ik kon meteen linksaf slaan en dan langs het tweede petgat terug naar de parkeerplaats lopen. Dat was de kortste en makkelijkste route. De tweede keuze was om het tweede petgat over te steken over het nieuwe bruggetje …

Ik koos voor de derde optie: eerst maar even lekker zitten op het bankje, dat ’s zomers lekker in de schaduw staat en nu in half zon, half schaduw. Daar vandaan kon ik mooi een blik werpen op het nieuwe bruggetje. Het mag volgens Staatsbosbeheer overigens niet meer de naam bruggetje hebben, het wordt nu een drijvend vlonderpad genoemd …

Hoe dan ook, er was weer een mogelijkheid om het petgat over te steken en daar moest ik dan maar gebruik van maken. Zacht wiebelend liep ik, kleine golfjes veroorzakend, naar de overkant. Halverwege heb ik nog even halt gehouden om een paar foto’s te maken …

Wiebelend en wel kwam ik aan de overkant, dat kon ook weer afgevinkt worden. Dan nu via het bekende pad terug naar af. Dat was ook nog wel even een uitdaging …


– wordt vervolgd

Terugblik november 2022

Oktober ging naadloos over in november, in de eerste week was het regelmatig zacht, maar wisselvallig weer. Vooral in de omgeving van Olterterp en Beetsterzwaag heb ik in november veel boswandelingen gemaakt …


Naar aanleiding van een fotoreportage die ik rond de Sint Hippolytuskerk van Olterterp had gemaakt, stelde Jetske aan het eind van de maand voor om samen eens wat oude Friese kerken te bekijken. En verder waren het de gebruikelijke zaken die ik voor de lens van mijn camera kreeg, zoals een paar glinsterende druppeltjes aan een lampionnetje van de lampionplant en een mooi heidelibel in het Weinterper Skar …

De bossen kregen hun kleurige herfsttooi laat dit jaar, maar dankzij het zachte weer, waren er vrijwel de hele maand veel wandelaars op pad. Ook libellen vlogen lang rond in november. In de koudste periode van de maand lag er op 19 november ’s ochtends voor het eerst sinds maart een laagje ijs in het houten vogelbad. Enkele dagen later zat er bij de kijkhut aan de Leijen één of ander motje dat wel even op de foto wilde. Het was het laatste insect dat ik 2022 voor de lens kreeg …

Met een gemiddelde temperatuur van 8,2°C in onze tuin was november net als de 10 voorgaande maanden zacht. Alleen rond de 20e daalde de temperatuur een aantal dagen en vroor het ’s nachts een paar maal heel licht. Behalve zacht was november ook nat, in ons tuintje viel 100 mm neerslag. Landelijk was dat gemiddeld ca. 90 mm, maar de verschillen waren weer groot tussen het noordwesten en het zuidoosten …

Terugblik mei 2022

‘In mei leggen alle vogels een ei,’ zo luidt het gezegde. Wel, dat deden ze bij ons in de tuin ook. Een koolmezenpaartje was in het nestkastje getrokken om daar een nestje jongen groot te brengen. En ook de merels hadden het er nog steeds druk mee, ze waren al snel aan de tweede leg begonnen …


Mei begon met vrij koel, maar rustig weer. Mooi weer om weer eens een kijkje in de Ecokathedraal te nemen. Daar sloeg de vermoeidheid ondanks het koele weer al snel weer toe, daarom heb ik me in de periode daarna vooral beperkt tot het fotograferen in de tuin en bij de ijsvogels. Daar vermaakte ik me elke keer prima. Nadat meneer IJsvogel voor de zoveelste keer een lekker visje aan zijn vrouwtje had overgedragen, mocht ik half mei zelfs getuige zijn van een paringssessie …

Zoals al eerder gezegd, kende mei een tamelijk koele start. De temperaturen gingen de eerste helft van de maand wat op en neer. De maximumtemperatuur lag meestal tussen de 15 en 20°C, daarna volgde een warme week. Nadat de maximumtemperatuur er twee dagen heel dicht tegenaan hadden gezeten, kon ik op 18 mei met precies 25°C de eerste zomerdag noteren. In de laatste decade zakten de maxima terug tot rond de 15°C, maar dat kon niet voorkomen dat mei een warme maand was. Met 51 mm viel er een normale hoeveelheid neerslag in ons tuintje …

Een tunnel vol schaatsers

Met alleen het beeld ‘de Schaatser’ was men in schaatsdorp Sint Jansklooster kennelijk niet tevreden. Daarom werd een fietstunnel, die vlakbij het beeld onder de Flevoweg (N762) door loopt, ook bij het project betrokken …


Albert Weijs – de maker van het beeld ‘de Schaatser’ – heeft samen met zijn dochter Mirthe de wanden van de tunnel beschilderd met schaatsers die tussen rietpluimen en tjaskers over bevroren sloten en meren door het landschap van de Weerribben rijden …

Ode aan een schaatser

We blijven nog even in winterse sferen. Toen het anderhalve week geleden nog wat winterde, hebben Jetske en ik samen een ritje door de Weerribben gemaakt. Nee, niet op de schaats maar veilig en behaaglijk in de auto. Hoewel het ijs na enkele nachten met lichte tot matige vorst nog niet overal betrouwbaar kon zijn, zagen we tot onze verbazing die dag ook op diepere vaarten en sloten veel mensen het ijs op gaan, ook met kleine kinderen. Afijn, daar ga ik het hier niet over hebben, want dat verhaal is door mijn fotomaatje in woord en beeld mooi beschreven in haar logje ‘De verloren schaatsen’


Voordat we aan de kant van het ijs getuige waren van dergelijke gekkigheid, bracht Jetske ons naar het beeld ‘De schaatser’ bij Sint Jansklooster (Google Maps). Dit is een beeld van de winnaar van de Elfstedentochten van 1985 en ’86: Evert van Benthem, die op een steenworp afstand van het beeld geboren is in Sint Jansklooster. Het kunstwerk is in opdracht van Dorpsbelang gemaakt door dorpsbewoner en hout- en metaalkunstenaar Albert Weijs en op 22 april 2022 onthuld door Evert van Benthem zelf …


“Een kunstwerk van Evert van Benthem maken is natuurlijk het beeld van een schaatser voor ogen hebben, maar het liefst wel met een extra dimensie,” zo vertelt de kunstenaar zelf op een infobord op de achterkant van de sokkel …

Zeg je Evert van Benthem, dan zeg je Elfstedentocht. Zeg je Elfstedentocht, dan denk je aan een van oudsher historisch schaatsspektakel, waar vele schaatsers van droomden en nog steeds van dromen om er ooit aan mee te kunnen doen. Waar veel schaatsers zijn, daar zijn nog meer schaatsen. Een historische tocht betekent oude schaatsen, Friese doorlopers, houtjes. Het beeld van Van Benthem is daarom gemaakt van oude Friese doorlopers


Hij staat er in de pose van de schaatser die in 1986 kracht zette om weg te rijden van zijn tegenstander Rein Jonker, om daarna ruimschoots als eerste over de eindstreep op de Bonkevaart te komen. Kijk je naar Evert van Benthem zijn rechterschaats, dan zie je dat er een stukje mist uit het schaatsijzer. Dit is een knipoog naar de Elfstedentocht van 1985. Na zijn overwinning bleek dat hij met een kapotte schaats had gereden. Nummer 13 staat dus niet altijd voor kommer en kwel …

Van de kerk naar de kroeg

We nemen afscheid van de Redbadtsjerke in Jorwert met hier en daar een laatste blik op het kerkhof. In de noordwestelijke hoek ligt een aantal ‘bewapende’ grafstenen. Heraldiek en genealogie zijn takken van sport waar ik geen verstand van heb. Ik laat het dus bij het bekijken van deze grafstenen. Als je naar de eerste foto kijkt, kun je trouwens ook mooi zien, dat we hier ruim boven straatniveau staan. Kerk en kerkhof bevinden zich op het hoogste punt van de terp op ca. 4,2 m boven NAP …

Aan de andere kant van de kerk staat een rijtje grafstenen mooi schuin achterover in het gelid. Daarmee komen we langzamerhand ook aan het eind van de rondgang over het kerkhof van de Redbadtsjerke in Jorwert …

Terwijl ik koos voor het trappetje aan de kant van de Maliebaan (Ja echt, die hebben ze hier ook: Google Maps), had Jetske een andere route gekozen. Ze wachtte me aan het eind van het pad op om me, plotseling van achter heg tevoorschijn komend, te fotograferen. Maar dat zat haar niet glad, want mijn camera stond als altijd ook op scherp …

Teruglopend naar de auto kwamen we opnieuw langs ‘het Wapen van Baarderadeel’. Net als de deur van de kerk zat ook de deur van de kroeg op slot. Verder dan het beeld ‘de Foardrager’, dat daar op een bijzondere sokkel voor de deur staat, kwamen we niet. Het is een kunstwerk ter herinnering aan het 50-jarig bestaan van het ‘Iepenloftspul Jorwert’. Op de sokkel zijn tegels aangebracht met daarop teksten en tekeningen over het dorp Jorwert en haar bewoners van jong tot oud …

Jorwert was in Fryslân al vele jaren een begrip vanwege de opvoering van het jaarlijkse Iepenlofspul, dat altijd van hoge kwaliteit is. Eind 1996 kreeg Jorwert ook landelijk bekendheid door het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak. Ter herinnering daaraan hangt er een plaquette aan de gevel van ‘het Wapen van Baarderadeel’


Dit is een mooi punt om deze serie over de toren van Eagum en de kerken van Boazum en Jorwert te beëindigen. Als jullie er niet minder van genoten hebben dan ik, dan sluit ik niet uit dat er nog eens een vervolg komt, waarin een aantal andere kerken en/of dorpen centraal staan.

De Redbadtsjerke in Jorwert

We beklimmen de terp en betreden dan het kerkhof rond de kerk van Jorwert. De kerk is sinds 1994 eigendom van de Stichting Alde Fryske Tsjerken. We beginnen ons rondje om de kerk in de zuidoosthoek en lopen aan de oostkant langs het koor naar de noordkant …


In de op verschillende plaatsen groen uitgeslagen noordelijke gevel treffen we een weinig belopen paadje aan dat naar een poortje met een deur leidt …

Als we doorlopen in westelijke richting komen we bij de toren aan. De toren stamt uit de elfde of twaalfde eeuw. In de inleiding van deze serie vertelde ik al, dat de toren op zaterdagochtend 25 augustus 1951, om zeven minuten over vijf, plotseling instortte. In de jaren daarop is de toren herbouwd met fraai siermetselwerk, zoals dat ook bij de originele toren het geval was. Om de herbouw te financieren en te vieren werd in en vanuit het dorp een openluchtspel gehouden. ‘Iepenloftspul Jorwert’ is inmiddels een begrip van naam en faam dat al 50 jaar bestaat …

De kerk is gebouwd van tufsteen, een steensoort die voor kenners direct onderscheidend is. De muren zijn verfraaid met banden van tufsteen …

De toren heeft twee klokken van 1394 en 1749. Ze worden elke dag om 12.00 uur handmatig geluid door de leden van het ‘klokkenluidergilde’, maar op donderdag doen leerlingen van de school dit werk. Bij sterfgevallen en geboortes in het dorp klinkt ook klokgelui. Voor een nieuwgeboren ‘famke’ klinkt de kleine, voor een jongen de grote klok. Het rijkelijk bemoste paadje dat ik al eerder in deze serie liet zien, leidt naar de ingang van de toren. …

Tot slot komen we aan bij de zuidmuur. Ook daar treffen we een poortje aan. Het ziet er aan de zuidmuur allemaal net wat vriendelijker uit dan aan de kille noordkant van de kerk ..

Daarmee hebben het rondje om de Redbadtsjerke voltooid. Morgen kijken we nog even rond op het kerkhof dat aanzienlijk groter is dan dat bij de toren van Eagum …